6 tips voor een succesvol victoriaans huishouden

Sociale druk een uitvinding van Facebook? Think again. De victoriaanse tijd kende een ingewikkelde en uitvoerige moraal als het gaat om het hebben van je eigen huis en het voeren van een huishouding. Wat als je buren jouw meubels ongepast vonden voor jouw stand, of je woonkamer net iets te rommelig bevonden werd?

In huizen van nu mag iedereen bepalen wat hij of zij mooi vindt. Misschien vinden we een bepaald interieur zelf koud of kitsch, maar in principe zijn de regels niet zo streng. Leven en laten leven. Vaak hebben we echter wel een bepaald beeld van de eigenaar van zo’n witte leren bank met roze vachtjes; en dat was in de victoriaanse tijd niet anders. Het oordeel over iemands interieur kon snoeihard zijn. Ook Charles Dickens, die uitgebreide ideeën had over huiselijkheid, heeft in zijn romans vaak verwezen naar ideale of juist compleet foute vormen van huishouding.

Een eigen huishouden beginnen was voor mensen in de middenklasse nog helemaal niet zo eenvoudig. Als je als man eindelijk genoeg geld verdiend had voor een middenklassehuis, en je je geliefde ten huwelijk kon vragen, dan lag direct het maatschappelijke mijnenveld van ‘respectabel wonen’ op de loer. Dit zijn de zes punten waar je als newly weds maar beter op kon letten.

1. Hou werk en privé gescheiden… het liefst met een paar kilometer ertussen.

Hoewel gezinnen voorheen bijna altijd ‘vanuit hun werk woonden’, was het in de 19e eeuw langzamerhand ongebruikelijk geworden dat mensen hun huis en werk op dezelfde plek hadden. De arbeider die werkte in de voorkamer en in de achterkamer woonde, werd steeds zeldzamer. Arbeiders liepen van huis naar de fabriek. Tegelijkertijd raakte bij de middenklasse het idee in zwang om zo ver mogelijk van je werk te gaan wonen. De wereld van betaalde arbeid werd gezien als vies, hard en moreel gevaarlijk. Thuis was het domein van het gezin, dat door moeder-de-vrouw in een net huishuiden werd verzorgd. Herkenbaar? Uit dit victoriaanse ideaalbeeld ontstond de verstikkende burgermoraal waar in de jaren 1960 van de 20e eeuw zo heftig tegen geprotesteerd zou worden.

victoriaans-interieur-drawing-room

Zo hoorde het. Op dit schilderiij uit 1841 zien we een nette, smaakvol gedecoreerde huiskamer met tekenen van handwerk, een goedgevulde tafel, kunst en boeken. De stoffen versieringen zijn hier nog relatief bescheiden. Later in de eeuw zou dit meer worden. Schilderij: The Langford Family in their Drawing Room (1841) door James Holland (1800-1870) [publiek domein].

Door die wens om ver van je werk te wonen ontstonden in Londen de bekende uitgestrekte buitenwijken en het nu overbekende woon-werkverkeer. De beste plek om te wonen was gelijk de meest extreme: het liefste in een buitenwijk waar zelfs geen winkeltje was, of waar geen openbaar vervoer kwam, om zo de scheiding tussen de boze buitenwereld en het liefelijke huiselijk leven zo groot mogelijk te houden.

Bij Charles Dickens zien we dit terug in het karakter van Mr. Wemmick in Great Expectations. Hij werkt in de binnenstad, maar loopt elke avond terug naar zijn buitenwijk, waar hij zijn ieniemienie-huisje zelfs heeft voorzien van een slotgracht met ophaalbrug. Achter deze barricade begint zijn knusse privé-leven met zijn verloofde en zijn vader. Mr. Wemmick trekt de scheiding tussen werk en privé zo streng door, dat hij totaal van persoonlijkheid verandert zodra hij van plaats wisselt. Ik hoef jullie uiteraard niet uit te leggen dat de huiselijke Wemmick de behulpzaamste en aardigste van de twee is.

2. Wees een goede huisvrouw; anders ontspoort je man!

In de victoriaanse tijd ontstond het ideaalbeeld van ‘The Angel in the House’: de vrouw die als lieve, zorgzame, geduldige, nooit-klagende en gewillige echtgenote klaarstaat voor het huiselijk genoegen van haar echtgenoot en kinderen. Had je als vrouw zelf iets te vertellen? Val je man er toch niet mee lastig! Problemen met het personeel? Hou dat ongenoegen maar bij hem vandaan! Voor een moderne vrouw is het werkelijk stuitend om te lezen hoe gedwee en dienstbaar de victoriaanse echtgenote idealiter moest zijn. En uiteraard had haar man formeel de leiding over het hele gezin.

victoriaans-interieur-huishouden-past-and-present

Zo moest het dus niet… In dit getroubleerde gezin heeft de vrouw des huizes net een affaire opgebiecht. Alle tekenen van het verval van het huiselijke gezinleven zijn al aanwezig in de woonkamer: De kinderen spelen kaart (gokgevaar!) en ze bouwen een wankel kaartenhuis bovenop een onzedige roman van de Franse schrijver Balzac.  Aan de rechterzijde hangen een schilderij van een schipbreuk en een klein portret van de man, terwijl aan de linkerzijde een schilderij over het wegsturen van Adam en Eva uit de Hof van Eden hangt – boven het portet van de vrouw. Overigens is de rest van het decor wel naar de standaard van die tijd, met kleurige muren en tapijt, een grote tafel en en schoorsteenmantel met spiegel. Schilderij: Past and Present No. 1. (1858) door Augustus Egg (1816-1863) [publiek domein].

De vrouw die faalde in haar huishouden werd met grote schrikbeelden bedreigd. Haar man – je weet wel, die ene die de leiding over het huishouden had – kon zich namelijk door een onaangenaam huiselijk klimaat wel eens gaan verkassen naar de herenclub of de pub (of erger…) Het was de taak van de vrouw om haar man daar weg te houden, door de echtelijke woning zo fijn mogelijk te maken. Zonder herrie van de kinderen of kleine probleempjes van zijn vrouw. Moreel verval van je echtgenoot – en daarmee het hele gezin – had je als vrouw dus zelf in de hand.

mrs-jellyby

Mrs. Jellyby in haar rommelige huishouden in Bleak House. [publiek domein].

Dickens zou Dickens niet zijn als ook hij dit onderwerp niet regelmatig in zijn romans naar voren had gebracht. Het  duidelijkste voorbeeld is Mrs. Jellyby in Bleak House: Zij laat haar huishouden zo verschrikkelijk verrommelen, dat haar man depressief wordt en failliet gaat. (Dat haar man een infantiele slapjanus is, doet daarbij niet ter zake).

3. Doe je vooral beter voor dan je bent

Als het victoriaanse huis ergens voor staat, is het wel schone schijn. En dan met name de drawing room of palour; het stralende middelpunt van het victoriaanse huishouden. Hier kwam het bezoek langs, dus hier stonden de mooiste meubels. Dat er ondertussen in de privévertrekken veel minder mooie meubels stonden, en er zelfs op functionaliteit beknibbeld werd zodat men zich in de drawing room rijker voor kon doen, vond men kennelijk geen probleem. Er zijn voorbeelden waar in de slaapkamers ruwe matten lagen en het sanitair vreselijk lekte, maar waar de drawing room eruit zag om door een ringetje te halen. In ieder geval aan de oppervlakte. Wel de ramen open laten vanwege schimmel, graag.

victoriaans-interieur

Een rijk gedecoreerde drawing room, tot aan de nok toe gevuld met allerlei snuisterijtjes. A bit much? Schilderij: The Proposal (ca. 1880-1889) door Knut Ekwall (1843-1912) [publiek domein].

Een mooie satire op deze praktijk geeft Dickens in David Copperfield. Mr. Micawber en zijn gezin wonen in een huis dat in vreselijke staat is, maar toch proberen ze de schijn op te houden. Zoals David Copperfield opmerkt:

“Arrived at this house in Windsor Terrace (which I noticed was shabby like Mr. Micawber, but also, like himself, made all the show it could), he presented me to Mrs. Micawber […] who was sitting in the parlour (the first floor was altogether unfurnished, and the blinds were kept down to delude the neighbours) […].”

En dat was dus de ene kant van het verhaal. Want…

4. Doe je vooral niet beter voor dan je bent

Aan de andere kant was het absoluut uit den boze om je anders te gedragen dan je aan jouw eigen stand verplicht was. Know your station! Een rijk persoon diende dit in zijn meubels te laten zien en dus vooral niet te zuinig om te gaan met zijn inrichting, terwijl een armer persoon zich ook aan zijn stand diende te houden. Dezelfde luxe fauteuil zou bij een rijke heer dus prima staan, terwijl het voor een lage klerk hoogst onfatsoenlijk zou zijn als hij zich dezelfde stoel had aangemeten. Het lijkt me heel vermoeiend om zo stilistisch op eieren te lopen. Goede smaak was dus niet wat je mooi vond, maar wat paste bij je stand, en bij je inkomen.

In dit ingewikkelde spel van standsbesef en schone schijn was er nog een bijzonder vermoeiend aspect, dat maakte dat je wel twee keer nadacht over je meubelkeuze. Zaken die nep waren, zoals vineer, waren uit den boze. De gedachte daarachter was, dat als iemand je probeerde te neppen door zijn houten tafel er massief of duurder uit te laten zien, dan zou hij vast ook wel oneerlijk zijn over andere zaken? Is iemand die marmer laat namaken wel te vertrouwen? Ook hier gold weer: Probeer je niet anders voor te doen dan de maatschappelijke positie waarin je je bevindt.

victoriaanse-huizen

Kleine rijtjeshuizen voor de lagere middenklasse. Allemaal hetzelfde en netjes in het gelid. Tekening: Over London – By Rail from London: A Pilgrimage (1872) door Gustave Doré (1832-1883) [publiek domein].

Nog een interessant weetje: Je maatschappelijke status bepaalde ook in welke straat je het beste kon wonen. Dit zie je al terug bij Jane Austen, die in Bath op zoek gaat naar een geschikt verblijf, maar heel goed weet welke straten net iets te hoog gegegrepen, en welke iets te laag aangeschreven staan. En dat dit principe lang stand heeft gehouden, laat het verhaal van mijn eigen grootouders zien: Toen zij in de jaren 1950 in een rijtjeshuis in hun dorp wilden trekken, was het maar goed dat mijn opa een bescheiden baan op kantoor had. Was hij arbeider geweest, dan had hij de woning niet mogen betrekken. Je moest wel bij je eigen soort blijven.

5. Knutselen is een must

In de victoriaanse tijd had je dan wel geen DIY-blogs, maar ze zouden zeker bijzonder succesvol zijn geweest. Tijdschriften uit de tijd besteden veel aandacht aan tips & tricks over hoe jij je woonkamer zo stijlvol mogelijk kon verfraaien. Als victoriaanse huisvrouw maakte je goede sier door je woning nog knusser te maken met allerhande handgemaakte versiering. Gehaakte kleedjes, geborduurde kussentjes, overal luxe gordijnen en gordijntjes. Maar daar bleef het niet bij. Schoorsteenmantels werden vergroot en opgedrikt, haarden werden in de zomer versierd met bloemen, stoffen franje en varens: elk beschikbaar hoekje werd gebruikt om de eigen vaardigheden te laten zien – en te laten zien dat je cultureel op de hoogte was en van vele creatieve markten thuis was. In een artikel van de Girls’ Own Paper uit 1881 wordt zelfs uit de doeken gedaan hoe jongedames en nieuwe echtgenotes de muren van hun woning kunnen verfraaien met schilderingen.

victoriaans-decoreren-1881

Muurversieringen – op de lambrisering en langs het plafond – door victoriaanse jongedames gemaakt, zoals voorgespiegeld in de Girl’s Own Paper uit 1881 [publiek domein].

Een ander opvallend voorbeeld is de hooggewaardeerde mening van Mrs. Panton over de lelijkheid van piano’s. Deze Mrs Panton schreef adviezen over huisinrichting, en was in haar tijd een autoriteit op dat gebied. Volgens haar moest elk huishouden een piano hebben (de muzikaliteit van de bewoners kon zo tenslotte worden uitgedrukt), maar ach, wat waren die dingen lelijk! Zo geeft ze dus advies over hoe je de piano het beste kon bedekken met kleden, beeldjes en het liefst een grote plant. Wat een verschil met nu, waar een piano vaak de blikvanger in huis is!

6. Smaak is persoonlijk. Goede smaak niet.

Met bovenstaande punten in het achterhoofd zal je deze laatste tip niet meer zo gek vinden. Smaak betekende met je tijd meegaan, maar niet te gek doen. Geen versleten meubels hebben (in het zicht, dan), maar ook niet alles nieuw kopen. Het is best lastig om je vinger te leggen op de wenselijke uiting van ‘smaak’, maar misschien helpt het om te denken aan de moraal die ook nu nog in sommige dorpen geldt. Is je tuintje wel op orde, en valt hij niet uit de toon in de straat? Koop je degelijke meubels en geen avand-gardistische fratsen? Judith Flanders drukt het heel mooi uit:

“The attractive, tastefully appointed house was a sign of respectability. Taste was not something personal; instead it was something sanctioned by society. Taste, as agreed by society had moral values, and therefore adherence to what was considered at any one time to be good taste was a virtue, while ignoring the taste of the period was the sign of something very wrong indeed. Conformity, conventionality, was morality. […] The house, and its decoration, was an expression of the morality that resided within.” [Flanders, p. xxxiv-xxxv]

Wat een beklemmende richtlijn, hè? Met dit wijzende vingertje in je achterhoofd zou je toch wat minder ontspannen naar IKEA gaan….

Scherpzinnige lezers zien wel dat de bovengenoemde punten ook voor een deel met elkaar overlappen. Ik denk dat de krampachtige manier waarop men omging met huisinrichting te maken had met het feit dat het zo nieuw was dat iedereen maar iets kon kiezen. Plotseling waren er meubelgidsen waarin fabrikanten in vele prijsklassen verschillende sociale groepen van meubels konden voorzien. Opeens kon zich een veel grotere groep zich een mooie woning veroorloven; en kon een gewone klerk zich opwerken tot een rijk man. Ik denk dat de onzekerheid over de eigen positie en de veranderlijke maatschappij ervoor zorgden dat men zo ‘kleinburgerlijk’ met het huishouden en huisinrichting omging.

Tegenwoordig mag iedereen wonen zoals hij wil – al zal de sociale controle in sommige streken groter zijn dan in andere. Woonmagazines voor moderne, brocante en bohemien-stijlen mogen allemaal naast elkaar bestaan. Wel zo ontspannen, vinden jullie niet?

Tea time! Tijd voor een zelfgemaakte chai latte.


Voor het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:

Judith Flanders: The Victorian House (2003).
Lucy Worsley: If Walls Could Talk – An Intimate History of the Home (2011).
Joanna Banham: Drawing Rooms. In: Encyclopedia of Interior Design (1997).
Madame de Lorraine: The Drawing Room. In: The Girl’s Own Paper (1881).
How We furnished Our First Home For £ 150. In: The Girl’s Own Paper (1898).
Jane Ellen Panton op Wikipedia.org.
Charles Dickens: David Copperfield (1850).
Charles Dickens: Bleak House (1853).
Charles Dickens: Great Expectations (1861).

4 gedachten over “6 tips voor een succesvol victoriaans huishouden

  1. Wat een ontzettend leuke en interessante blog, die me meer en meer deed beseffen hoe blij ik ben dat ik straks mijn huishouden mag runnen anno 2017 en niet in de Victoriaanse tijd 😉 Alhoewel, het knutselen kan ik heel erg aanmoedigen, maar worden afgerekend op mijn huishouden lijkt me nogal vervelend. Grappig om te horen dat de buitenwijken zijn ontstaan doordat mensen op een gegeven moment verder bij hun werk vandaan gingen wonen en dat dat er na al die jaren nog steeds dagelijks miljoenen mensen in Nederland de rit voor het woon-werkverkeer maken.

    • Bedankt voor je leuke reactie! Ja, ik vond het ook een leuke ontdekking dat het forensengedrag dus hier begonnen is. Tegenwoordig wonen veel mensen natuurlijk ook graag lekker rustig, maar zonder verbinding met het OV of zelfs maar een winkeltje zou ik het zelf nogal saai vinden (maar ik ben dan ook een stadsmens).

  2. Waw, ben ik even blij dat ik daar niet hoeft schoon te maken.
    En is het niet zo dat heel veel mensen naar een pintrestwaardig huis streven? Iets met als ik lees dat er dingen gekocht worden omdat het de fotos dan zo leuk op leukt.
    Of de hypen die bij tijd en wijle rond gaan. Stiekum willen mensen wel een heleboel complimenten krijgen over hun huis, en willen ze wel ergens bij horen.
    Dus hoever dat anders is dan een victoriaans huishouden weet ik niet 😉

    • Haha, ja dat heb ik ook. 😉 Toch zou ik een vol huis, gedrapeerd huis misschien wel gezellig vinden – in combinatie met een enthousiaste schoonmaakhulp…

      Ik heb even nagedacht over je vergelijking met tegenwoordig. Je hebt misschien wel gelijk dat veel mensen bezig zijn met hun interieur om daarmee naar anderen te pronken. Ik ben dat alleen zelf niet gewend. Ik ben meer van de houding ‘je koopt iets, wanneer het oude stuk is.’ Maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat iedereen er zo over denkt.

Geef een reactie