Apsley House: Op bezoek bij de Hertog van Wellington

Vanwege alle wereldwijde problemen van dit moment hebben Mr. W en ik onze reisplannen uitgesteld tot er betere tijden aanbreken. Gelukkig kunnen we terugkijken op een boeiende reis naar Londen, vorig jaar. Eén van de hoogtepunten van ons verblijf vormde ons bezoek aan Apsley House: de niet-zo-nederige woning van de gevierde Hertog van Wellington.

Even een stukje geschiedenis ophalen: In de beginjaren van de 19e eeuw veroverde de Franse keizer Napoleon grote delen van Europa. De man die hem in 1815 definitief tot staan bracht, was de Britse generaal Arthur Wellesley, de Hertog van Wellington, bij de Slag van Waterloo. Welliswaar met behulp van een heleboek Britse, Nederlandse en ‘Duitse’ troepen, maar goed.

Geboren als derde zoon van een Engelse earl in Ierland, leek de in 1769 geboren Wellesley aanvankelijk niet voor grootsheid bestemd. De Franse revolutie en de daarop volgende oorlogen tegen Napoleon zou zijn naam echter voor altijd verbinden met die van zijn grote vijand.

Door de dankbare bevolking – en de misschien nog wel dankbaardere Europese vorstenhuizen – werd de Hertog van Wellington binnengehaald als de redder van heel Europa.

Portret van Arthur Wellesley, 1st hertog van Wellington, na zijn overwinning bij Waterloo in 1815, door Thomas Lawrence [Publiek domein].

Een prachtig portret van een zelfverzekerde Arthur Wellesley, de eerste hertog van Wellington, net na de Slag bij Waterloo in 1815, door Thomas Lawrence. © English Heritage Photo Library.

A man’s home is his castle

Tegenover zo’n heldendaad mocht natuurlijk een flinke beloning staan. Naast een hele reeks blinkende medailles uit heel Europa, klinkende eretitels en belangrijke posities kreeg Wellington  van de Britse overheid een geldbedrag van £ 700.000 (63 miljoen pond). Daarvan kon hij een mooi optrekje gaan kopen.

De verwachting was dat Wellington op het Engelse platteland een monumentaal ‘Waterloo-paleis’ zou laten bouwen. Maar de Hertog besefte zich dat zo’n groot landhuis als kostenpost wel eens een financiële strop voor zijn nazaten zou kunnen worden. Geen ondenkbaar scenario, en daarom nam Wellington het verstandige besluit om in 1817 de riante stadswoning van zijn broer Richard over te nemen, en deze flink te verbouwen: Apsley House.

Aquarel van Apsley House door Thomas Shotter Boys, uit: Apsley House and Walmer Castle, illustrated by plates and description, uitgegeven door Richard Ford in 1853 [Publiek domein].

Hier zien we Apsley House zoals de Hertog van Wellington het na zijn verbouwingen had achtergelaten. De kunstenaar Thomas Shotter Boys heeft er zelfs voor gekozen om de schaduw van Wellingtons ruiterbeeld op de gevel te laten vallen. Uit: Apsley House and Walmer Castle, illustrated by plates and description, uitgegeven door Richard Ford in 1853 [Publiek domein].

Apsley House was een groot landhuis in Piccadilly, bij Hyde Park in Londen. Tegenwoordig is dat haast zo goed in het hart van de metropool, maar in 1778 lag het huis nog aan de groene westelijke buitenrand van de groeiende hoofdstad. Het officieuze adres was dan ook: No. 1, London. In de jaren die volgen laat Wellington het huis uitbouwen, en door zijn architect Benjamin Dean Wyatt omtoveren tot een waar stadspaleis.

Op bezoek in Apsley House

En dit werd dan het huis dat Mr. W. en ik afgelopen jaar bezochten op een stralende zomerdag. Wanneer je via de trappen het ondergrondse metrostation van Hyde Park Corner uitstapt, en je je ogen aan het licht laat wennen, sta je plotseling op een rustig eilandje tussen het razende verkeer.

Zo belandden we aan de voet van de trappen van Apsley House. De gevel is heel imposant, compleet met neo-Griekse zuilenpartij. Dergelijke zuilen waren aan het begin van de 19e eeuw helemaal de rage.

Apsley House gezien vanaf de voet van Wellingtons standbeeld op Hyde Park Corner. © English Heritage Photo Library.

Apsley House, gezien vanaf de voet van Wellingtons standbeeld op Hyde Park Corner. © English Heritage.

De ontvangsthal bleek vergeleken met de buitenkant eigenlijk nog best bescheiden. Het is een kalm ingerichte entree voor de persoonlijke gasten van de hertog. Vroeger kwamen er overigens ook al dagjesmensen zoals wij langs, en als het even kon werden zij dan meteen de kamer ernaast ingeleid, waar zich een speciaal ingerichte Waterloomuseum bevindt.

Wij werden echter door een medewerker vriendelijk verzocht om ons naar de vroegere voorkamer te begeven, waar zich nu het museumwinkeltje en de kassa bevinden. De stapels mooie boeken hebben we voor het laatst bewaard, want gewapend met onze twee toegangskaartjes mochten we  nu eerst het huis gaan verkennen.

Een heleboel aandenkens

Waar ik vooral geintersseerd ben in dagelijkse geschiedenis – en dus in privé-kamers, keukens en persoonlijke snuisterijen -, is Mr. W. zeer geinteresseerd in millitaire geschiedenis. In het Waterloomuseum keek hij dus zijn ogen uit. Hij  verbaasde zich over het lef van de 19e-eeuwse Britten, om zo te pronken met hun ‘Franse buit’. Onder de schatten bevonden zich meerdere buitgemaakte militaire vlaggen en vaandels; in het verleden een typisch souvenir van een veldslag, en een duidelijk signaal dat jouw leger gewonnen had.

Onder de andere voorwerpen bevonden zich allerhande sabels, waaronder die van Wellington en Napoleon zelf, en zo ongeveer iedere denkbare hoge onderscheiding die de landen van Europa circa 1815 te bieden hadden. We hadden nog nooit zo veel indrukwekkende medailles bij elkaar gezien.

Slag bij Waterloo, door de Nederlandse kunstschilder Jan Willem Pieneman, voltooid in 1824 [Publiek domein].

Slag bij Waterloo, door de Nederlandse kunstschilder Jan Willem Pieneman, voltooid in 1824. De centrale figuur te paard is Wellington. Bijzonder detail: Linksonder zien we languit op een brancard de Prins van Oranje, de latere koning Willem II, die tijdens de slag gewond raakte. Toch speelde hij een beslissende rol tijdens de slag waardoor Wellington kon winnen, en werd daarmee internationaal bekend als één van de helden van Waterloo [Publiek domein]. Bewerking door My inner Victorian.

Grappig genoeg kreeg ook ik met mijn huiselijke interesses een boel interessants te zien in het Waterloomuseum. Want blijkbaar was het zeer gebruikelijk om een held als Wellington allemaal prachtige serviezen cadeau te doen, natuurlijk stuk voor stuk verguld. Gedurende vele jaren kreeg de hertog deze pronkstukken van de verschillende Europese staatshoofden aangeboden. Niet zo gek, want welbeschouwd hadden zij stuk voor stuk hun plaats op de troon aan deze ene Britse generaal te danken!

De meest opvallende verschijning (met een amusant verhaal) is een een uitgebreide porseleinen maquette, dat onderdeel uitmaakt van het ‘Egyptische servies’. Deze set was vervaardigd in opdracht van niemand minder dan Napoleon zelf, ter herinnering aan zijn expeditie naar het Midden-Oosten. De set omvat een aantal replica’s van verschillende Oud-Egyptische monumenten in onder andere Luxor.

Het verhaal wil dat Napoleon dit servies aan Keizerin Joséphine schonk – ter gelegenheid van hun scheiding in 1810! Niet geheel onverwacht was de afgedankte keizerin niet onder de indruk van dit protserige goedmakertje, en wees het af. Dat lijkt me niet geheel onbegrijpelijk…

Na Waterloo schonk de herkroonde Franse koning Lodewijk XVIII het volledige servies aan Wellington, waardoor het zijn plek in Apsley House kon krijgen.

Een soort kruising tussen een militaire schatkamer en een walk-in porseleinkast, zo zou je de opmerkelijke combinatie van oorlogsbuit en pronkserviezen in het Waterloomuseum kunnen noemen. Maar bovenal bekruipt je als bezoeker het gevoel, dat het ook een de bedoeling was om een bitterzoete gedenkplek te maken voor de verbannen Napoleon: Hij toch een beetje Wellingtons lievelingsvijand.

Daar kom je niet omheen

Dat gevoel werd versterkt bij aankomst in het trappenhuis. Daar wordt de bezoeker aangestaard door een meer dan levensgroot marmeren standbeeld van de Franse leider! In het middenpunt onder een hoge dakkoepel, onderaan de monumentale wenteltrap staat Napoleon: uitgebeeld als Romeinse god, namelijk als Mars de Vredesstichter, van de hand van de Italiaanse kunstenaar Canova.

Ik moest er stiekem een beetje om lachen. De sterk geïdealiseerde lichaamsverhoudingen in navolging van beelden van de Romeinse keizers die Napoleon zo bewonderde, waren met het hoofd van Napoleon erop nauwelijks geloofwaardig te noemen. PR met behulp van photoshop is prima, maar er is een grens aan wat de kijker kan behappen.

Napoleon als Mars de Vredestichter, door de Italiaanse beeldhouwer Antonio Canova (1757-1822). Foto door Christopher Ison. © English Heritage.

Napoleon als Mars de Vredestichter, door de Italiaanse beeldhouwer Antonio Canova (1757-1822). Foto door Christopher Ison. © English Heritage.

Dat vond Napoleon trouwens zelf ook. Kort na de voltooiing van het beeld in 1806 schonk hij het alweer aan het Louvre: De keizer vond het te atletisch. Misschien vond hij het ook wel een beetje gênant om – inmiddels wat uitgedijd en bijna 40 – tegen zichzelf als jonge adonis aan te moeten kijken.

Dat het beeld nu onderaan Wellingtons trap staat zegt genoeg: De verder vrij bescheiden Engelse generaal was the conqueror of the world’s conqueror. Wellington kreeg het beeld geschonken door de Britse regering, die het gekocht had van Lodewijk XVIII; en de hertog vond het blijkbaar een goed idee om het in zijn trappenhuis te zetten. Het was overigens de enige plek in het huis, waar het beeld paste.

De rest van de begane grond is trouwens niet voor het publiek toegankelijk, want bijzonder genoeg wordt het huis nog altijd bewoond door de huidige hertog van Wellington. Wat bijzonder! Voor ons werd het dus tijd om een verdieping hoger te gaan kijken.

In de stijl van de Lodewijken

Zodra je bovenaan de statige trap de deur doorgaat, is het meteen duidelijk dat je vanaf dat punt door een echt paleis loopt. Wow! De Piccadilly Drawing Room is knus en luxe te gelijk. Met de goudgeel gestreepte wanden, luchtige barokke meubeltjes en uitbundige vergulde sierlijsten op helder roomwit, doet de ruimte echter helemaal niet denken aan 19e-eeuws design, maar eerder aan het hof van Versailles.

De Piccadilly Drawing Room in Apsley House. © English Heritage Photo Library.

Piccadilly Drawing Room in Apsley House. © English Heritage.

Dat is niet voor niks, want Wellington gaf zijn bouwmeester Wyatt de opdracht om zijn huis de sfeer te laten uitademen van de hoogtijdagen van de Franse koningen. Met deze stijl, die bekend werd als ‘tous les Louis’, bewerkstelligde Wellington in zijn interieur feitelijk hetzelfde als met zijn veldslagen tegen Napoleon: Een terugkeer naar het vreedzame Europa van vóór de Franse revolutie – alsof die nooit gebeurd was. Hier in Apsley House stond aan het begin van de 19e eeuw de tijd nog even stil.

Aan tafel met Wellington

Deze nostalgische terugblik naar het Franse hof komt nog sterker tot uiting wanneer je vervolgens binnenstapt in het kroonjuweel van Wellingtons woning: The Waterloo Gallery. Tijdens grondige verbouwingen aan Apsley House eind jaren 1820 liet de hertog twee vleugels aan het huis toevoegen, waarmee het landhuis zich daadwerkelijk met koninklijke paleizen kon meten. De belangrijkste daarvan was deze nieuwe eetzaal, speciaal bedoeld om ruimte te bieden aan Wellingtons gasten tijdens zijn jaarlijkse Waterloo Banquets.

De Waterloo Gallery in Apsley House. © English Heritage Photo Library.

Waterloo Gallery in Apsley House. © English Heritage.

Bij deze statige banketten kwam oorspronkelijk alleen een select gezelschap samen, bestaande uit Wellingtons strijdmakkers van Waterloo, hooggeplaatste Europese diplomaten, en leden van de koninklijke familie. Later besloot Wellington de vergrijzende gastenlijst uit te breiden met jonge generaals die bij Waterloo als officier hadden gediend. Zo groeide het aantal deelnemers uit tot ongeveer 85 man. Een grotere eetzaal kon hij dus wel gebruiken.

Het resultaat van de verbouwing was een langgerekte paleiszaal, eveneens in retro-Franse stijl in plaats van een meer ‘eigentijds’ neo-klassiek decor. Dit is onder andere te zien aan de indrukwekkende hoge ramen. Deze kunnen door middel van een knap staaltje techniek worden gesloten door luiken met spiegelglas, wat de dinerzaal direct doet denken aan de beroemde Spiegelzaal van Lodewijk XIV in het paleis van Versailles. Geen toeval; Wellington was daar immers als opperbevelhebber van de geallieerde troepen in Frankrijk zelf geweest.

The Waterloo Banquet, 1836, door de kunstenaar William Salter (1804-1875) [Publiek domein].

Wellington tijdens een toespraak voor het Waterloo-banket van 1836, omringt door vorsten, prinsen, diplomaten en officieren. Net buiten de rechterdeur naar de Yellow Drawing Room staan hun echtgenotes te luisteren; het formele diner zelf was strikt een mannenaangelegenheid. The Waterloo Banquet, 1836, door de kunstenaar William Salter (1804-1875) [Publiek domein].

Ton sur ton in de eetzaal

De Hertog van Wellington was dan misschien niet zo modebewust, maar hij wist wel wat hij mooi vond. Ook al was zijn eigen architect Wyatt het lang niet altijd met hem eens. Dat was ook het geval bij de kleuren die de hertog zich voor zijn nieuwe galerij wenste; namelijk geel damast. Dit paste helemaal niet bij alle gouden lijsten en versieringen, vond Wyatt. Deze zouden door een goudgele achtergrond compleet wegvallen.

Wellingtons goede vriendin Mrs. Arbuthnot was het roerend met de architect eens, maar ze wist dat de hertog beslist niet van gedachten zou veranderen. Zij schreef in 1828:

“I am rather discontented, however, for I think he is going to spoil his gallery &… it vexes me… He is going to hang it with yellow damask, which is just the worst colour he can have for paintings & will kill the effect of the gilding. However, he will have it.”

De ijzeren hertog was duidelijk niet tot inkeer te brengen. Misschien was hij gecharmeerd geraakt van het idee van geel behang tijdens zijn bezoeken aan de oosterse paleizen van India, en het Rusland van de tsaar.

Een impressie van de Waterloo Gallery, door Joseph Nash in 1852 [Publiek domein].

Lastig kiezen? Een impressie van de Waterloo Gallery zoals Wellington het wilde, in helder geel. Door Joseph Nash in 1852 [Publiek domein].

Maar goed, Wellington was zo dol op goudgeel damast, dat hij naast de Waterloo Gallery en de Piccadilly Drawing Room nog twee andere vertrekken op deze verdieping met dezelfde kleur wilde aankleden. Tsja, over smaak valt niet te twisten…

Het opvallende is dat zijn zoon, die het huis na de dood van de hertog erfde, meteen de Waterloo Gallery opnieuw liet behangen. Er kwam mooi scharlaken rood erin, helemaal volgens de laatste Victoriaanse mode. En zo hangt het er nog steeds. Helaas voor de Hertog van Wellingon zijn ook Mr. W. en ik meer gecharmeerd van deze latere versie.

Een deel van de grote collectie schilderijen aan de muur van de Waterloo Gallery in Apsley House. © English Heritage Photo Library.

Een deel van de grote collectie schilderijen aan de muur van de Waterloo Gallery in Apsley House. © English Heritage.

Een getrouwde vrijgezel

Na onze ogen flink de kost te hebben gegeven, verlieten we de dinerzaal via een tweede deur, in de richting van de Portico Drawing Room. In de oorspronkelijke opzet van Apsley House was deze ruimte bedoeld als een dameskamer. Interessant, want het was ons al opgevallen dat het hele huis tot nu toe een ‘mannelijk’ interieur had, passend bij een beroepsmilitair. Ieder spoor van een ‘Mrs. Wellington’ ontbreekt.

En dat is niet zonder reden. De echtgenote van de Hertog van Wellington, Catherine, woonde voor het grootste deel van hun getrouwde leven op hun landgoed in Hampshire: Ver buiten Londen, en ver weg van het drukke bestaan van haar man.

Hun huwelijk was niet bijzonder warm; Kitty was teruggetrokken en rustig van aard, en zijn militaire en later politieke loopbaan hielden Arthur altijd weg van huis. Toch bewonderde zij haar man vanaf een afstandje. En wanneer zij wel naar Apsley House kwam, bleef ze in zijn afwezigheid soms urenlang in haar mans museum rondhangen. Helaas vond hij haar vooral saai, en onaantrekkelijk.

Links: Catherine 'Kitty' Wellesley (geboren Pakenham), de eerste Hertogin van Wellington (1773-1831) door Thomas Lawrence [Publiek domein]. Rechts: Harriet Arbuthnot (Fane) (1793-1834) door W.J. Susom [Publiek domein].

De twee belangrijkste dames in het leven van Arthur Wellesley. Links: Catherine ‘Kitty’ Wellesley, de eerste Hertogin van Wellington (1773-1831) door Thomas Lawrence [Publiek domein]. Rechts: Harriet Arbuthnot (1793-1834) door W.J. Susom [Publiek domein].

De twee langdurig vervreemde echtelieden waren – na decennialang zo goed als gescheiden te geleefd te hebben – elkaar eindelijk wat in genegenheid genaderd, toen Kitty in 1831 overleed. Ondanks hun verschillen was Wellington erg bedroefd om het verlies van zijn vrouw.

In de jaren daarna ontwikkelde hij een warme vriendschap met de getrouwde Lady Harriet Arbuthnot – die zoals boven genoemd met Wellington meedacht over de inrichting van zijn woning. Toen zij nog geen vier jaar later ook kwam te overlijden, waren zowel meneer Charles Arbuthnot als Wellington erg ontdaan. Opmerkelijk genoeg trok Charles daarom op uitnodiging van Wellington bij hem in, en woonde tot zijn dood in 1850 bij de hertog in Apsley House.

Streepjes en strijdmakkers

Terug naar de weelderige kamers. In de Striped Drawing Room speelde men vóór of na een diner spelletjes – zoals kaarten of backgammon. Wellington heeft de ruimte benut als een soort hall of fame, met een eerbetoon aan zijn jonge jaren op het slagveld. De muren zijn volgehangen met schilderijen van zijn oude strijdmakkers.

De Striped Drawing Room in Apsley House. © English Heritage Photo Library.

Striped Drawing Room in Apsley House. © English Heritage Photo Library.

Zoals jullie zien is de naam van deze kamer goed gekozen, want het decor wordt bepaald door een streepjespatroon in rood-wit, wat telkens terugkomt in de bekleding van de meubels. Het streepje doet een beetje denken aan de binnenkant van een hedendaagse strandtent, of in het geval van Wellington; een klassieke legertent. Hoewel je het op het eerste gezicht misschien niet zou zeggen, voert ook in deze knusse kamer een militair thema dus de boventoon.

Oranje boven… de eettafel

Als laatste ontdekten we aan de andere kant van het huis de State Dining Room, weer een eetzaal, dus. Dit is de oude eetzaal, waar de Waterloo-banketten gehouden werden tot de grote uitbreiding van het huis in 1829. Een relatief bescheiden ruimte – zowel qua formaat als aankleding – maar niet minder fraai. Hier zagen we een volledig gedekte eettafel voor een feestelijk diner, in volle Regency-glorie.

De State Dining Room in Apsley House. © English Heritage Photo Library.

State Dining Room in Apsley House. © English Heritage.

Toch gaat ook hier het militaire thema nog even rustig door. Aan de wand prijken de portretten van bevriende staatshoofden, die hun staatsieportretten aan Wellington schonken. Na Waterloo waren dat er natuurlijk nogal wat.

Het eindresultaat is daarom een wie-is-wie van de Europese elite. Mr. W. en mij viel meteen een portret van onze eigen Koning Willem I op. En dit bewuste portret kenden we helemaal niet!

Willem I’s portret in deze zaal is nogal een bijzondere verschijning, en vertelt een heel verhaal. Maar omdat ik jullie al lang genoeg aan de praat heb gehouden, bewaar ik dit opmerkelijke schilderij voor volgende week!

Apsley House, Hyde Park Corner (1828) door Thomas Hosmer Shephard, uit: Metropolitan Improvements; or London in the Nineteenth Century, uitgebracht door James Elmes (1782-1862) [Publiek domein].

Apsley House, Hyde Park Corner (1828) door Thomas Hosmer Shephard, uit: Metropolitan Improvements; or London in the Nineteenth Century, uitgebracht door James Elmes (1782-1862) [Publiek domein]. Bewerking door My inner Victorian.

Zo sloten wij een mooie middag af in Apsley House. Voor de veiligheid is het huis sinds begin augustus weer voor beperkte aantallen bezoekers toegankelijk. Mocht je de komende tijd in Londen zijn en wil je het huismuseum bezoeken? Boek dan wel van tevoren via hun website. Hier vind je ook extra veiligheidsvoorschriften.

Uitkijkend naar het moment dat we met zijn allen weer volop durven reizen, hoop ik dat jullie plezier hebben beleefd aan mijn schriftelijke rondleiding.

Ik lust nu wel een slokje thee. Een zoete rozenthee dit keer.


Met dank aan de medewerkers van het Apsley House Museum voor hun gastvrijheid en enthousiaste uitleg, en aan English Heritage voor het beschikbaar stellen van de foto’s van Apsley House.

Voor het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:
Julius Bryant: English Heritage Guidebooks: Apsley House, The Wellington Collection (2005, tweede editie 2015).
Arthur Wellesley, 1st Duke of Wellington op Wikipedia.org.
Coalition Wars op Wikipedia.org.
Battle of Waterloo op Wikipedia.org.
Apsley House op Wikipedia.org.
Catherine Wellesley, Duchess of Wellington op Wikipedia.org.
Harriet Arbuthnot op Wikipedia.org.

6 gedachten over “Apsley House: Op bezoek bij de Hertog van Wellington

  1. Erg boeiend. Toevallig gaat de column van Aaf Brandt Corstius in de Volkskrant van vandaag over ‘living vicariously’. (Ik dacht altijd dat dat iets met ‘vicars’ van doen had. En met enige verbeeldingskracht heeft dat het natuurlijk ook. Leven als een brave dominee maar met rode oortjes….) Maar goed, in deze c-tijd is het ‘via de navertelde ervaringen van anderen een beetje hun leven leven’ (citaat ABC), extra fijn. Vooral met de deskundige en ook persoonlijke toelichting van Mr. W en jezelf. Ik kijk uit naar je volgende blogpost.

    • Hoi Isa, bedankt voor je vriendelijke complimenten! Wat die ‘deskundige toelichting’ betreft kunnen we je ook talig uit de brand helpen. ‘Vicariously’ heeft inderdaad alles met ‘vicars’ te maken, zoals je al zei. Maar niet door eventuele gemiste kansen… Wel een leuke vondst, trouwens.

      Beide woorden komen van de Latijnse term ‘vicarius’, wat ‘plaatsvervanger’ betekent. Het werd gebruikt om verschillende belangrijke figuren aan te duiden, die vervangend optraden voor een hogere functionaris; zoals een gouverneur, vorst, bisschop, of zelfs van een apostel (de paus wordt ook wel ‘vicarius Petri’ genoemd).

      Zo’n belangrijke en handige term voor ‘plaats-vervanger’ kwam uiteindelijk in allerlei Europese talen terecht, en werd dan vaak letterlijk in de volkstaal vertaald. Zo kent het Frans de term ‘lieu-tenant’, het Nederlands ‘stad-houder’, en het Engels ‘ste-ward’. Voor de plaatsvervanger van de bisschop gebruiken de Britten nog steeds de afgesleten Latijnse vorm: vicar.

      Het is eigenlijk wel jammer dat we in het Nederlands zo’n mooi woord als ‘vicarieus’ niet vaker gebruiken. De hoogste tijd voor een herwaardering! 😉

  2. Heel interessant. Zit ik nu te bedenken hoe Kitty’s room er dan uitzag :-p Maar daarbij schiet internet me te hulp. ☺ Het is niet veel anders dan de drawing room ingericht

    Die Wellington was voor die tijd wel een good looking chap. Stoer en zelfbewust. Op de meeste Regency plaatjes en schilderijen uit die tijd zelf komen de mannen nogal verwijfd over, naar mijn smaak. De veldheren uitgezonderd, natuurlijk. Gelukkig hebben een aantal Victoriaans schilders veel regency schilderijen gemaakt waar de mannen wel aantrekkelijk op staan!☺ Smaken veranderen

    • Hoi Dani, wat goed dat je afbeeldingen van Kitty’s vertrekken gevonden hebt.

      Ik ben het met je eens, Wellington staat er knap op. 🙂 Het is makkelijk voor te stellen dat hij in zijn tijd populair was bij Regency-dames.

      Voor de wat meer algemene Regency-herenmode vind ik dat er best een aantal knappe koppen tussenzitten, zeker omdat de witte pruik als teken van het ancien regime eindelijk in de kast verdween.
      Leuk weetje: Verder is het belangrijkste modeverschijnsel waaraan Wellington als trendsetter heeft bijgedragen de popularisering van een nieuw soort hoge ruiterlaars. Dit type schoeisel werd na Waterloo tot in de jaren 1840 ‘all the rage’ bij hippe Britse heren, en werd bekend als de ‘Wellington boot’. De laarzen gaven mannen een wat stoerder, militair uiterlijk. Tegenwoordig zijn de laarzen in Engeland nog steeds bekend onder de naam ‘wellies’.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.