Zien: Sir John Soane’s Museum in Londen

Londen staat natuurlijk bij iedereen bekend om haar wereldberoemde attracties. Maar ik vind het altijd een uitdaging om juist de kleine, maar fijne pronkstukken in de metropool te ontdekken. Zo bezocht ik afgelopen januari met mijn zus het Londense Sir John Soane’s Museum; en ik was verkocht. Dit kleine, 19e-eeuwse museum-cum-woonhuis is een van meest fantastische musea die ik ooit heb gezien. Na grondige restauraties verkeert het na 200 jaar weer in zijn authentieke staat. In mei ging ik weer terug, want in Soane’s museum raak je nooit uitgekeken.

Jullie zullen het aan onderstaande foto’s wel zien, maar Sir John Soane’s Museum is echt overweldigend door zijn bonte verzameling kunstvoorwerpen en alle architectonische hoogstandjes. Toch heb ik Mr. W. na mijn thuiskomst in januari er zo min mogelijk over verteld. Ik wist namelijk zeker dat hij het fantastisch zou vinden! Dus nam ik hem eind mei als verrassing mee – met het risico dat hij bij thuiskomst ons huis net zo zou willen gaan inrichten…

Sir John Soane's Museum

Sir John Soane’s Museum op 12-14 Lincoln’s Inn Field in Londen. Eerst kocht John Soane nr. 12, daarna nr. 13 en tot slot nr. 14. De langste tijd woonden hij op nr. 13 en verhuurde hij de andere twee panden. De ruimte achter de huizen werd gebruikt voor de uitbereiding van zijn museum. Uiteraard werd alles verbouwd en aangepast naar zijn specifieke wensen. De bijzondere voorgevel is nr. 13. Als bezoeker ga je tegenwoordig eerst naar binnen bij nr. 12. Foto: My inner Victorian.

Dezelfde plek, maar dan in 1835. Op dit moment leefde Sir John hier nog. Er is bijna niets veranderd! Afbeelding uit Description of the house and museum on the north side of Lincoln’s Inn Fields, the residence of Sir John Soane (1835) [Publiek domein].

Sir John Soane (1753-1837) was in zijn tijd een beroemd architect, en tevens lid van de beroemde Royal Academy of Arts, waaraan hij ook docent was. Nog altijd staan er bekende bouwwerken afkomstig van zijn tekentafel overeind, zoals de Bank of England, de Holy Trinity Church in Marylebone, en de Dulwich Picture Gallery. Naast het ontwerpen van neoclassicistische bouwwerken had Soane bovendien nog een grote liefhebberij: Het verzamelen van klassieke kunstobjecten, of kopieën daarvan. Deze stalde hij uit in zijn huis aan Lincoln’s Inn Field, dat in de loop der jaren telkens werd verbouwd en uitgebreid om ruimte te maken voor al zijn kunstzinnige ideeën. Al in 1812 was Soane’s huis een openbaar museum, en een ware bezienswaardigheid voor Londenaren en toeristen. Gelukkig liet Soane zijn museum middels een speciaal wetsontwerp na aan de Britse staat, zodat het publiek van de toekomst ook van zijn werk kon genieten.

John Soane, 76 jaar oud, geschilderd door Thomas Lawrence en Eliza Soane en met hondje Fanny, postuum geschilderd in 1831 door John Jackson [Publiek domein].

Een museum van inmiddels zo’n 200 jaar oud; dat is natuurlijk heel bijzonder. Nadat ik mijn speciale fotopas had opgehaald op nummer 14 (fotograferen is normaliter niet toegestaan in het dichtbepakte museum), konden Mr. W. en ik eindelijk over de drempel stappen van 12 Lincoln’s Inn Field. Dit was de eerste van het rijtje huizen in de straat dat John Soane zou bewonen.

De eerste ruimte voor bezoekers is de ontbijtkamer van Soane en zijn vrouw Eliza. Vooral het gewelfde plafond is erg indrukwekkend, en in de ruimte wordt veel gebruik gemaakt van spiegels om al het kaarslicht te weerkaatsen. Ik kon me helemaal voorstellen, hoe het echtpaar hier ooit samen ontbijtjes nuttigde. De kinderen, John en George, woonden zoals dat gebruikelijk was voor met name jongens in de Georgian period, weinig bij hun ouders thuis. Zij waren op school of bij familie en vrienden.

De ontbijtkamer op nr. 12. Foto: My inner Victorian.

Dat beloofde wat, zo’n mooie start! De eerste stappen in de rest van hun huis leidden ons naar de kelder, waar de keuken nog redelijk goed bewaard gebleven is. De sobere aanblik deed een teleurgestelde medebezoeker snel weer rechtsomkeert maken. Zonde, want er stond ons nog heel wat te wachten!

Als historisch kok was ik natuurlijk bepaald niet teleurgesteld door de authentieke keukens, met in de voorkeuken een fornuis uit 1918, en in de achterste keuken een nog ouder kolenfornuis van Thomas Deakin uit 1812. Dit bijzondere exemplaar is het oudste gepatenteerde gietijzeren fornuis ter wereld, en was in zijn tijd een enorme noviteit. Dit fornuis heeft bijvoorbeeld warmhoudplaten en zelfs een boiler met een kraantje voor heet water. Handig, hè? En voor het fornuis staat een rek voor de dripping pan, om vleessappen van het braden voor het vuur in op te vangen. Ontzettend leuk om te zien.

De voorste keukenruimte in het museum. Hiervan maakte onder andere de museumbeheerder gebruik, die tot in de 20e eeuw in het pand woonde. Het fornuis is uit 1918. Foto: My inner Victorian.

De achterste keuken met het oudste fornuis uit 1812 en een gereconstueerde wasbak bij het raam. Foto: My inner Victorian.

Achter deze keukens liggen nog andere kleine bijkeukens. Ach, een gewoon vroeg 19e-eeuws rijtjeshuis, denk je dan. Totdat je langs het kleine binnenplaatsje loopt, en daar een heuse klassieke zuil ziet staan. Hebben jullie dat ook thuis? Ik in ieder geval niet.

Foto: My inner Victorian.

En dan sta je plotseling in de catacomben van Sir John’s Museum. Wow! De eerste ruimte is een gotisch geïnspireerde kamer, de Monk’s Parlour genaamd. De ruimte was deels satirisch bedoeld, want eigenlijk hield de klassiek geschoolde helemaal Soane niet zo van de opkomende neogotische stijl. Toch is het ontwerp ervan hem behoorlijk goed gelukt, lijkt me zo. In deze ruimte dronk Soane thee met zijn gasten, wat me best een bijzondere ervaring lijkt. De vele grote en kleine kunstwerken aan de wand zorgen ervoor dat je niet weet waar je moet kijken. De sfeer is wel een beetje duister, alsof het er spookt…

De Monk’s Parlour met gotische beeldhouwwerken aan de muur. Vanuit het raam kijk je uit op een gotische grafruine. Spooky. Foto: My inner Victorian.

De Monk’s Parlour op een gravure uit de Illustrated London News uit 1864. Links van de bezoekers staat tegenwoordig de tafel met stoelen. Rechts is het raam dat uitkijkt op de Monk’s Yard, met glas-in-loodramen. Bijzonder om in dezelfde kamer te hebben gestaan! [Publiek domein].

Dat lichte, maar toch ook spannende gevoel van onbehagen wordt nog eens onderstreept wanneer we in de schemerige gangen tegen een gigantisch borstbeeld van de god Hades aanlopen. We zijn in de onderwereld beland, het rijk van de doden. Een toepasselijk thema voor de kelder, waar Soane bovendien een liefdevolle gedenksteen plaatste voor zijn veel te jong overleden vrouw.

Na de dood van zijn Eliza in 1815, had de rouwende Soane minder behoefte om mensen thuis uit te nodigen, en had daardoor ook minder huispersoneel nodig. Verschillende vertrekken voor bedienden in de kelder maakten daarom plaats voor nog uitgebreidere verbouwingen aan het huis. Het museum groeide.

Een smal gangetje leidt naar een beeld van Hades. Waar zou hij over uitkijken? Foto: My inner Victorian.

Imposant: Het meer dan levensgrote bronzen borstbeeld van Hades, god van de onderwereld, gemaakt in Italië in de 17e eeuw. Ik was onder de indruk van de details in het gezicht en de baard. Foto: My inner Victorian.

In de catacomben kijkt Hades kijkt neer op een wel heel bijzonder object: De echte sarcofaag van farao Seti I (ca. 1303-1290 voor Christus). De binnen- en buitenkant zijn helemaal bezaaid met hiëroglyfen, die ondermeer delen van het Oud-Egyptische dodenboek weergeven. Deze moeten de overledene voorbereiden op de uitdagingen in het hiernamaals. Maar dat kon Soane helaas nog niet weten. Het hiërogliefenschrift werd pas ontcijferd rond 1822 – en toen hij de sarcofaag in 1824 kocht, waren de inscripties nog lang niet vertaald.

De sarcofaag van Seti I, die inmiddels (gelukkig) beschermd wordt door middel van een glazen omlijsting. Ook een goede plek om eens omhoog te kijken, trouwens… Foto: My inner Victorian.

De sarcofaag is origineel – in tegenstelling tot veel andere kunstwerken in Soane’s verzameling. De albasten doodskist werd destijds door de Britten meegenomen uit Egypte, zoals in de 18e en 19e eeuw zo vaak gebeurde. Het British Museum staat vol met dit soort schatten, die vaak eerst in privéverzamelingen als die van Soane terechtkwamen, voordat ze uiteindelijk in het wereldberoemde museum een plek kregen. Toevallig had het British Museum net geen interesse in de sarcofaag, zodat Soane hem maar kocht. Maar hoe kwam Soane aan de andere stukken voor zijn verzameling?

Hij ging er in ieder geval niet voor op reis. Omdat Engeland vanaf 1793 vrijwel continu in oorlog was met Frankrijk – en uiteindelijk dankzij Napoleon heel het Europese werelddeel in lichterlaaie stond – waren de verre reizen naar de bakermat van de klassieke oudheid onpraktisch en onveilig geworden. Soane haalde daarom zijn schatten niet zelf uit het buitenland, maar kocht verzamelingen op van anderen. Zo kon hij in een korte tijd bijzonder veel objecten vergaren.

De meeste onderdelen van Soane’s collectie zijn echter geen originele klassieke stukken, maar afgietsels van originelen. Dat vond men in die tijd prima; de klassieken bestuderen en bewonderen kon tenslotte ook vanaf een kopie, zo was de gedachte. De essentie van de kunst zelf bleef bewaard. Een beroemd voorbeeld hiervan zijn bijvoorbeeld ook de stukken in de Cast Courts in het Victoria & Albert Museum. En eerlijk is eerlijk; ook in het Sir John Soane Museum stoort het eigenlijk niet. Bezoekers komen tenslotte al ruim 200 jaar dit bijzondere museum bezoeken!

Een mooi overzicht van de catacomben met het hogergelegen Dome Aera. Deze victoriaanse bezoekers vinden de sarcofaag maar wat interessant. Achter de sarcofaag zie je het beeld van Hades, en boven dit alles torent de zonnegod Apollo uit. Afbeelding uit The Illustrated London News, 1864 [Publiek domein].

De kelder is dus wat somber, met alles wat herinnert aan vergankelijkheid en de dood. Maar Soane laat hier tegelijkertijd wel uitstekend zijn talenten als architect zien. Wanneer je bij de sarcofaag omhoog kijkt, zie je dat het licht van drie verdiepingen hoog vanuit een prachtige glazen dakkoepel naar beneden schijnt. Hier openbaart zich een geweldige verzameling beelden, met precies boven Hades een meer dan levensgroot beeld van Apollo, de stralende zonnegod. Uiteindelijk wint het leven het hier van de dood.

Eén van de hoogtepunten van Sir John Soane’s Museum: Het Dome Area. Het natuurlijke licht vanuit de koepel laat de grote hoeveelheid kunstwerken mooi uitkomen. Foto: My inner Victorian.

Soane stond bekend om de slimme effecten die hij met lichtinval wist te bereiken, onder andere met meerdere dakkoepels. Wanneer het bijvoorbeeld zonnig weer is, staan zowel Apollo als het borstbeeld van Soane zelf prachtig in het warme licht. Onbescheiden was de architect in ieder geval niet… Ook in de verschillende kamers van het woonhuis valt het licht gedurende de dag heel mooi naar binnen. Telkens dient het licht de functie van de kamer.

In de ontbijtkamer van huisnummer 13 schijnt het zonlicht dan ook in de ochtend naar binnen. En wanneer het licht gedurende de dag veranderde, kon Soane met het licht meeverhuizen, bijvoorbeeld naar zijn studeerkamer aan de overkant. Zo maakte hij steeds optimaal gebruik van daglicht – geen overbodige luxe in een tijd zonder elektrisch licht. Om alle beschikbare lichtbronnen zo goed en mooi mogelijk te benutten, maakte Soane bovendien gebruik van veel spiegels. Vooral bij het schijnsel van kaarsen of olielampen gaf dat ook weer de nodige sfeer – en extra verlichting.

De ontbijtkamer op nr. 13. Hier lijkt het me heerlijk vertoeven. Via een zijraam valt het licht in de ochtend binnen. Deze foto werd in de namiddag gemaakt, wanneer het licht door een dakkoepel naar binnen schijnt. Foto: My inner Victorian.

Je zou door alle mooie beelden haast vergeten dat Sir John Soane’s Museum ook gewoon als woonhuis diende. Soane leefde en werkte in dit pand. Ook kwamen er veel architectuurstudenten over de vloer. Wat zou ik graag in een kamer als deze zitten studeren, of dat ik voor mijn blogonderzoekjes van de oude huisbibliotheek gebruik zou mogen maken!

Licht door het dakraam in de ontbijtkamer op nr. 13. Foto: My inner Victorian.

De boekenkast in de ontbijtkamer. Die wil ik ook wel! Foto: My inner Victorian.

Naast een imposante verzameling was Soane’s huis natuurlijk een bijzonder goed visitekaartje voor zijn professionele kunsten. Hij kon hier als geen ander laten zien waar hij als architect toe in staat was. Denk aan grapjes met licht, kleine fijne hoekjes, en voorbeelden van klassieke decoraties en mythologische motiefjes. Een potentiële klant kon in het huis van de meester meteen voorbeelden van diens werk aanschouwen. Geen vanzelfsprekendheid in een tijd zonder trendy fotoreportages of kleurige online catalogi.

Zomaar een hoekje met een klein deel van Soane’s verzameling. Ik kan me goed voorstellen dan potentiële klanten hier inspiratie opdeden voor hun eigen panden in aanbouw. Die ene sierliest op de gevel, of die middelste vaas in de hal? Geen probleem! Foto: My inner Victorian.

Twee pronkstukken van Soane’s huis en museum bevinden zich op de eerste verdieping (ook al ben je overigens, als je op dit punt bent aanbeland, alle gevoel voor richting verloren). Het zijn het Dome Area, met beelden van Apollo en Soane die badend in het licht tussen de mooiste sculpturen en afgietsels staan, en de Picture Room. Zoiets heb je echt nog nooit gezien.

Apollo, de god van het licht, staat direct boven Hades en baadt dankzij een lichtkoepel van gekleurd glas in gouden zonlicht. Dit beeld, een kopie van de Apollo Belvedere, kreeg Soane cadeau in 1811. Hij liet er een deel van zijn huis voor verbouwen. Foto: My inner Victorian.

Pontificaal tegenover Apollo staat een borstbeeld van Soane zelf. Het is een beetje een mengeling van zijn ware uiterlijk en Julius Caesar geworden, afhankelijk van de hoek van waaruit je het beeld bekijkt. De flankerende beelden net onder zijn eigen beeltenis zijn (rechts) Rafael, vertegenwoordiger van de schilderkunst, en (links) Michelangelo, vertegenwoordiger van de beeldhouwkunst. Foto: My inner Victorian.

Soane en zijn vrouw hielden allebei erg van schilderkunst. Ze bezochten samen galerijen en waren natuurlijk als prominenten jaarlijks aanwezig bij de zomertentoonstelling van de Royal Academy. Uiteraard kochten ze zelf ook kunst aan, waaronder twee werken van de beroemde J.M.W. Turner. Maar waar hang je die schilderijen op, als je muren al met beeldjes bedekt zijn? Soane vond de oplossing in een wel heel decadente picture room: Hang de werken gewoon met behulp van een kamerbreed inklapsysteem achter elkaar! Hier kon Soane rustig zitten theedrinken en klanten imponeren met zo’n bijzondere truc. Tegenwoordig worden de verschillende luiken nog maar een paar keer per dag geopend, om de kwetsbare schilderijen te beschermen. Het is echt heel bijzonder om te aanschouwen.

Ik had dan wel de mazzel om foto’s te mogen maken in het museum, maar niet in de kwetsbare Picture Room! Achter de dubbele luiken komt veel mooist tevoorschijn! Bijzonder, hè? Foto: © Sir John Soane Museum, gemaakt door Gareth Gardner.

En zo komt alles vernunftig samen: Wanneer je in de Picture Room achter de luiken naar beneden kijkt, zie je beneden de Monk’s Parlour liggen. Voor de haard staan tegenwoordig de tafel en stoelen. Deze tekening is uit 1835. Afbeelding uit Description of the house and museum on the north side of Lincoln’s Inn Fields, the residence of Sir John Soane (1835) [Publiek domein].

Na dit vernuftige schouwspel in de Picture Room sta je weer tussen de rijen exotische pilaren in Soane’s colonnade, waar ieder gecreeërd hoekje en oppervlak weer een goed excuus is voor de mooiste en obscuurste kunstvoorwerpen uit de oudheid.

Sir John liet in zijn interieur geen enkele mogelijkheid onbenut om de bezoeker te laten weten dat hij als gentleman zijn klassiekers kende. Van Homerus tot Hercules, en van Dante tot William Shakespeare; met zoveel originele kunstschatten en antieke replica’s is de collectie van John Soane één groot wie-is-wie van de wereldgeschiedenis. Een boeiend raadspelletje voor de echte kenners, en een indrukwekkende tour door het verleden voor geïnteresseerde bezoekers. Al in 1864 schreef een reporter van de Illustrated London News:

“As you enter you cannot fail to be struck with the multiplicity of the objects, and the ingenious contrivances by which a house of very moderate size has been made to contain so large an amount of curiosities and works of art, without altogether destroying its character as a private residence.”

Via de Colonnade op de eerste verdieping kom je in Soane’s Dressing Room terecht. In de hoek staat een vroege wastafel met ‘stromend water’ aangevoerd via een pompsysteem. Soane expirimenteerde veel met nieuwe gadgets voor in huis, zoals stromend water – soms zelfs warm! – een douche en centrale verwarming. De wasbak van hierboven bevindt zich nog steeds in goede staat op dezelfde plek. De oude kunsten en moderne praktische vernuft zo dicht naast elkaar; ik vind het fascinerend! Afbeelding uit Description of the house and museum on the north side of Lincoln’s Inn Fields, the residence of Sir John Soane (1835) [Publiek domein].

Enkele stappen later sta je dan gewoon weer in het woonhuis; in de gigantische eetkamer en tevens betoverende bibliotheek. Alles staat erbij alsof Sir John net van zijn fauteuil is opgestaan om even een ommetje door Lincoln’s Inn Fields te maken.

Een doorkijkje vanuit de Library – Dining Room richting de Breakfast Room. Foto: My inner Victorian.

In de andere hoek van de Library – Dining Room staat de leunstoel van Mr. Soane voor de haard. Alsof hij net is opgestaan om even een ommetje te maken. Foto: My inner Victorian.

Het moge duidelijk zijn: Het huis van Sir John Soane is één van die bijzondere plekken waar je zelfs na jaren ronddwalen nog nieuwe raadsels en schatten zou kunnen ontdekken. Ik ben zo blij dat ik dit bijzondere pand heb ontdekt, en dat ik van de vriendelijke en bezielde medewerkers de kans kreeg om hun prachtige museum met jullie te delen.

Ben je van alles wat ik hier heb laten zien zelf ook zo enthousiast geworden? Laat dan – wanneer je eens in Londen bent – de hoofdstraten voor wat ze zijn, en bezoek dit rustige hoekje van de mooie Lincoln’s Inn Fields. Je zult echt versteld staan.

En nog een leuke tip: Loop na je bezoek even naar de winkel van Twinings op The Strand, voor een tasje vol met lekkere thee. Heb ik ook gedaan.

PS. Ook Sir John Soane Museum bezoeken? Het museum is geopend van woensdag tot en met zondag, tussen 10:00 en 17:00 uur. De toegang is gratis. Een donatie wordt op prijs gesteld. Omdat er in het kleine museum slechts 90 mensen tegelijkertijd kunnen worden toegelaten, kan het zijn dat er buiten een rij staat, en dat je even moet wachten. In de ochtend zijn er vaak schoolklassen, waardoor het in de middag wat rustiger is. Neem niet te veel bagage mee, want alle tassen moeten worden ingeleverd bij de bewaakte garderobe. Je wilt tenslotte geen beeld omstoten met je rugtas! Kijk voor meer informatie op hun website.


Met dank aan de medewerkers van het Sir John Soane Museum voor de persfoto’s en de toestemming voor het maken van eigen foto’s. In het bijzonder dank aan Tom voor de fotopas en alle enthousiaste vrijwilligers met hun verhalen en actieve bijdrage aan een fantastisch bezoek!

Voor het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:
Barbara Hofland: Description of the house and museum on the north side of Lincoln’s Inn Fields, the residence of Sir John Soane (1835), via Archive.org.
The Museum of Sir John Soane. In: The Illustrated London News (25 juni 1864), via Archive.org.
Susan Palmer: At Home With The Soanes – Upstairs, Downstairs in 19th Century London (editie 2015).
Sir John Soane’s Museum: A Complete Description (editie 2018).
Sir John Soane’s Museum: Museum Guide.

4 gedachten over “Zien: Sir John Soane’s Museum in Londen

  1. Je raakt in die huizen inderdaad ieder gevoel voor richting kwijt en krijgt de neiging je eigen huis ook totaal te gaan restylen. Ik heb de vriendelijke vrijwilligers gevraagd wat Mrs. Sloane eigenlijk vond van het volstouwen van hun woning door haar echtgenoot. Zij zou het allemaal prima gevonden hebben, werd mij gezegd. Nu lees ik in de blog dat ze meeging om schilderijen te kopen, dus wat men mij in Londen vertelde zal wel waar zijn. Maar waar bleef zij dan de hele tijd als er bezoekers en studenten door het huis liepen? There is no room to swing a cat round. Ik wil ook graag de Museum shop aanprijzen, waar ze de mooiste spullen verkopen, onder andere beeldige paraplu’s. Die heb je in Londen vaak genoeg nodig. Weet je dat aan de westzijde van Lincoln Inn’s Fields huizen van de hand van Inigo Jones staan. In een daarvan, of in een buurhuis heeft Charles Dickens volgens mijn reisgids een avond aan vrienden voorgelezen uit zijn werk.

    • Ha, ik ben blij dat ik niet de enige was die de weg kwijt raakte in het museum. 😉 Een interessante vraag over Mrs. Soane! Ik heb het idee dat de grootste groei van het museum pas gerealiseerd is na haar dood. Toen vond Mr. Soane het niet meer nodig om veel partijtjes en diners te geven, en was er minder personeel nodig. Verschillende bediendenvertrekken zijn zo ook ‘opgeofferd’ voor het museum. De studenten kwamen er wel, maar woonden er gelukkig niet. Mrs. Soane had overigens een eigen morning room, waar zij privé kon zitten. Volgens mij bevond deze zich op een hogere verdieping, waar de meeste bezoekers niet komen.
      Overigens hadden Mr. en Mrs. Soane ook nog andere huizen, bijvoorbeeld op het platteland. Zeker tijdens de vele verbouwingen woonden zij dus niet op Lincoln’s Inn Fields. Wel zo prettig, denk ik.
      Wat een leuk weetje over Inigo Jones en Charles Dickens! Ik wou dat ik het geweten had toen ik er stond, en zal het onthouden voor de volgende keer! Ik moest wel aan Bleak House denken, met alle mistige zaken in de juridische wereld.
      De museumwinkel is inderdaad geweldig, ik heb deze keer alleen boeken gekocht. Je moet het ook nog mee naar huis sjouwen… 😉

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.