De magische Middeleeuwen van Edward Burne-Jones

Als het gaat om Victoriaanse kunst kan ik maar moeilijk kiezen welke schilderstijlen en kunstenaars ik nou echt het allermooiste vind. Dus dat doe ik dan ook niet! Gelukkig heb ik op mijn blog alle ruimte om verschillende artiesten onder de aandacht te brengen. Vandaag wil ik jullie graag kennis laten maken met een vrij onderbelichte kunstenaar, die vaak een beetje tussen zijn bekendere collega’s dreigt onder te sneeuwen. Mag ik jullie voorstellen: Edward Burne-Jones.

Burne-Jones was een meester in zijn eigen unieke stijl, en koos voor zijn kunst vaak mythologische onderwerpen in een geromantiseerde Middeleeuwse setting. Daarnaast vervaardigde hij  religieuze kunst in opdracht van verschillende Britse kerken, maar altijd met een duidelijke invloed van zijn eigen favoriete Middeleeuwse voorbeelden. Hierbij hield hij oog voor de menselijke kant van zijn figuren – vaak met een bijzondere, sprookjesachtige twist. Burne-Jones was een getalenteerd man, maar dat hij een gevierd kunstenaar zou worden, lag oorspronkelijk niet in de lijn der verwachting….

'The Rose Bower' door Edward Burne-Jones (1890) [Publiek domein].

Een bijzonder dromerige uitvoering van de schone slaapster in haar koninkrijk, uit het klassieke sprookje ‘Doornroosje’. The Rose Bower door Edward Burne-Jones (1890) [Publiek domein].

Deze zoon van een lijstenmaker uit Birmingham werd in 1833 geboren als Edward Colley Burne Jones – voorlopig nog zonder het interessante streepje. Door zijn voorspoedige schoolcarrière kreeg hij de kans om theologie te gaan studeren in Oxford. Eenmaal daar zou hij al gauw een aantal bevlogen medestudenten tegenkomen, met wie hij een voorliefde voor de melancholische gedichten van Tennyson en Shelley deelde, en met wie hij samen las uit romans van W.M. Thackeray en Charles Dickens. Zo ontstond er rond deze kunstliefhebbende vriendengroep de zogenaamde ‘Birmingham Set’ – bestaande uit o.a. Edward Burne Jones, Charles Faulkner, en William Morris.

Een nieuw begin

Het ontstaan van deze groep was voor Edward Jones en William Morris het startschot voor een hechte samenwerking en levenslange vriendschap, die altijd om hun liefde voor kunst zou draaien. Gaandeweg ondergedompeld in de ideeën van de invloedrijke kunstcriticus John Ruskin, en gefascineerd door Middeleeuwse kunst, togen de twee heren aan het werk om zichzelf een hele waaier aan kunstvormen eigen te maken. Edward Jones richtte zich hierbij voornamelijk op zijn talenten als tekenaar en schilder, maar net als William Morris ging hij al even enthousiast aan de slag in andere technieken, en ontwierp zo ook tegels, mozaïeken, wandtapijten en sieraden.

De tweede helft van de 19e eeuw bleek een vruchtbare periode voor het ontstaan van een hele reeks aan vrijzinnige kunstgroepen, die vaak bij elkaar aanhaakten om van elkaars ideeën te leren. Zo kwamen de vrienden van de Birmingham Set onder invloed te staan van de oudere en meer ervaren Pre-Raphaelite Brotherhood, met grote namen zoals Hunt, Millais en Rossetti. Vooral Edward Jones was bijzonder onder indruk van de fantasierijke portretten die Dante Gabriel Rossetti maakte van betoverend mooie vrouwen in woeste landschappen.

'Laus Veneris' door Edward Burne-Jones (1873-1875) [Publiek domein].

De rijke kleuren, de geplooide gewaden, de pittoreske achtergrond en de intense, verzuchtende gelaatstrekken van verheven dames: Alles ademt de essentie uit van de werken van Edward Burne-Jones’ leermeester: Dante Gabriel Rossetti. Het zouden vooral de zachtere lijnen en de ingetoomde composities zijn, die vooruitwezen naar Burne-Jones’ latere werk. Laus Veneris door Edward Burne-Jones (1873-1875) [Publiek domein].

Tot dan toe had Edward Jones ondanks zijn talent weinig ervaring met schilderen. Maar door zijn vastberadenheid wist hij zich onder begeleiding van Rossetti in een paar jaar tijd te ontwikkelen van een leerling tot een eventuele meester, volgens de woorden zijn grote voorbeeld. Zo vond Jones steeds meer zijn eigen stijl, en al gauw gaf Rossetti daarom aan dat hij Jones niets meer kon leren. Petje af!

Keep all good company

Naarmate hun zelfvertrouwen door oefening toenam, raakten Morris, Faulkner en Jones het hobbyen ontgroeid. Bovendien waren ze er samen van overtuigd geraakt dat goede kunst geen geïsoleerde bezigheid moest zijn, maar ten dienst moest staan van het dagelijkse leven van gewone mannen en vrouwen. In 1861 zagen ze daarom de tijd rijp om samen met Rossetti en vriend Philip Webb hun kunstgroep om te vormen tot een eigen bedrijf in handgemaakte meubels, degelijk interior design en zelfontworpen wanddecoratie. Dit bedrijf zou uitgroeien tot het wereldberoemde Morris & Co.

Rond dezelfde tijd trouwde Edward Jones met zijn verloofde, Georgiana MacDonald, die net als hij kunstenaar was. Ze kregen samen twee kinderen, en het gezin leefde in nauw contact met het bevriende gezin van William en Jane Morris. Eind jaren 1860 raakte Jones verwikkeld in een heftige affaire met één van zijn modellen, de Brits-Griekse Maria Zambaco. Jones’ huwelijk hing een tijdlang aan een zijden draadje, en Jones lag ook in de pers onder vuur. De affaire stoptte pas toen Maria zichzelf bijna in Regent’s Canal had verdronken.

'Portret van Georgiana Burne-Jones, met Philip en Margaret' (1883) en 'Portret van Maria Zambaco' (1870) door Edward Burne-Jones (1872-1877) [Publiek domein].

Portret van Georgiana Burne-Jones, met Philip en Margaret (1883) en Portret van Maria Zambaco (1870) door Edward Burne-Jones (1872-1877) [Publiek domein].

In deze moeilijke periode ontstond er een diepe emotionele band tussen Georgiana Jones en William Morris, wiens vrouw Jane op datzelfde moment vreemdging met Rossetti. Ingewikkeld hoor, zo’n stormachtig kunstcollectief! Gelukkig bleven beide echtparen ondanks al die dramatiek uiteindelijk samen, en bleven ze hun verdere leven hechte vrienden.

En gelukkig voor ons bleek deze turbulente periode in het leven van Edward Jones een rijke voedingsbodem voor een aantal prachtige schilderijen, die de heftigheid van al die verlangens en gevoelens voor de kijker vastlegt.

Als in een mooie droom

Toen Edward eind jaren 1870 uiteindelijk een aantal van zijn doeken exposeerde, sloeg zijn werk  in als een bom bij de laat-Victoriaanse kunstscene. Zijn schilderijen vervoeren het publiek naar een dromerige fantasiewereld, vol Middeleeuwse romantiek en mythische symbolen. Tegelijkertijd wijzen zijn openhartige sensuele visioenen en gelaagde psychologie eigenlijk al vooruit naar de kunst van de volgende eeuw.

'The Beguiling of Merlin' door Edward Burne-Jones (1872-1877) [Publiek domein].

Vanaf zijn jonge jaren was Edward Burne-Jones gek op alle verhalen rond de legendarische koning Arthur, de tovenaar Merlijn, en de ridders van de ronde tafel. Op dit prachtige schilderij verbeeldt Burne-Jones de episode waar Merlijn ondanks al zijn kennis verstrikt raakt in de spreuken van de tovenares Nimue, op wie hij verliefd is. Burne-Jones’ versie van Nimue is niemand minder dan zijn minnares Maria Zambaco. The Beguiling of Merlin door Edward Burne-Jones (1872-1877) [Publiek domein].

Edward Jones was duidelijk zijn Pre-Raphaelitische beginjaren overstegen, en in plaats van de vaak moralistische genre-schilderijen van zijn meer conventionele tijdgenoten, betoverde Jones het Britse publiek met zijn beeldschone, emotionele en soms schokkende inkijkjes in zijn eigen, unieke fantasiewereld. Zoals hij zelf aan een vriend schreef:

“I mean by a picture a beautiful, romantic dream of something that never was, never will be – in a light better than any light that ever shone – in a land no one can define or remember, only desire…”

Edward Jones succes bleef niet onopgemerkt, en behalve dat hij alom werd geprezen als kampioen van de nieuwe Aesthetic Movement, werd hij in 1885 ook nog eens verkozen tot voorzitter van de Birmingham Society of Artists. Rond die tijd besloot hij een streepje in zijn naam in te voegen, en was hij voortaan bekend onder de naam Edward Burne-Jones. Een slim besluit; al was het alleen maar om niet ‘verpletterd’ te raken onder de hele massa Joneses in het grote alfabet van de Victoriaanse kunstwereld.

Een sterk merk

Ondanks zijn doorslaande solosucces bleef Burne-Jones in de jaren 1880 en 1890 trouw samenwerken met zijn beste vriend William Morris. Samen produceerden ze fabelachtige wandtapijten en prachtige boekdrukkunst. Maar dat niet alleen: Burne-Jones stond samen met Morris & Co ook aan de basis van een laat-19e-eeuwse revival van glas-in-loodkunst. Hij leverde in de laatste decennia van de Victoriaanse tijd veel glaspanelen voor kerken door heel Groot-Brittannië.

'Adoration of the Magi' door Edward Burne-Jones en William Morris (1886-1894) [Publiek domein].

Een van de mooiste samenwerkingen tussen de vrienden Edward Burne-Jones en William Morris vormt dit wandtapijt met de Verering van de Wijzen, gemaakt door Morris & Co in opdracht van de rector van hun alma mater, Exeter College in Oxford. Het was bedoeld voor de neo-gothische kapel van de faculteit. De beide kunstenaars waren inmiddels op het hoogtepunt van hun kunnen, en besloten dat de kleurstelling voor het werk “zowel harmonieus als krachtig” moest worden, om niet te verbleken bij de heldere glas-in-loodramen. Adoration of the Magi door Edward Burne-Jones en William Morris (1886-1894) [Publiek domein].

De waardering voor zijn werk bereikte tegen het einde van zijn leven een hoogtepunt. In 1894 werd Edward Burne-Jones voor zijn haast onbegrensde verbeeldingskracht en onvermoeibare inzet voor de kunsten door Koningin Victoria beloond met een adellijke titel: Baron van Rottingdean en The Grange. Klinkt niet slecht.

Deze grote eer nam Burne-Jones graag aan, maar kreeg helaas voor hem toch een beetje een nare bijsmaak.  Zijn sociaal bewogen echtgenote Georgiana én William Morris vonden zijn verheffing in de adelstand maar een belachelijke toestand. Alleen Edwards zoon Philip, die zijn titel zou erven, was er uiteindelijk echt blij mee; hij verkeerde door zijn vaders succes toch al in de hogere kringen, waartoe zelfs kroonprins Bertie behoorde.

An unquiet slumber…

De beide vrienden Edward Burne-Jones en William Morris waren inmiddels al aardig op leeftijd. Al hun bevriende kunstenaars waren de afgelopen jaren één voor één weggevallen: Iets wat Edward bijzonder raakte, en bij hem zorgde voor periodes van eenzaamheid en droevenis. Nu begon ook hun beider gezondheid te leiden onder het vele harde werken. In zijn laatste jaren werkte Burne-Jones voornamelijk aan een laatste klapstuk: The Last Sleep of King Arthur, een monumentaal doek geïnspireerd door zijn lievelingsverhalen over de mythische Britse koning.

Detail van 'The Last Sleep of Arthur in Avalon' (1881-1898) [Publiek domein].

Een laatste toegift van Edward Burne-Jones, die nog één keer terugkeert naar zijn favoriete fantasiewereld. In zijn oude dag voelde hij zich vaak melancholisch. Toen hij in 1886 van een vriend hoorde dat die op reis terecht was gekomen in het Franse dorpje Avallon, schreef Burne-Jones voor de grap: “How is it you are in Avalon, where I have striven to be with all my might — and how did you get there and how does Arthur the King?” Detail vanThe Last Sleep of Arthur in Avalon (1881-1898) [Publiek domein].

Sommige kunstkenners denken in het gezicht van de sluimerende vorst het gezicht van William Morris te zien, wiens gezondheid rond deze tijd erg verslechterde. Morris overleed in 1896 – een bijzonder zware klap voor Edward, die hij niet meer te boven kwam. Ondanks heftige griepaanvallen bleef hij zelf nog twee jaar lang doorwerken aan het afscheidsstuk van zijn geliefde Koning Arthur. Zelfs op de dag vóór zijn eigen dood legde hij er nog de laatste hand aan. Edward Burne-Jones stierf op 17 juni 1898.

Daarheen en weer terug

In de decennia na zijn dood raakte Burne-Jones’ werk steeds verder vergeten, en bedolven door de groeiende aandacht voor de strakke, moderne kunst van de vroege 20ste eeuw.

Maar één zeer bekende schrijver liet zich wél door Burne-Jones beïnvloeden. Misschien hebben jullie het al een beetje kunnen zien… Deze schrijver groeide eveneens op in Birmingham, en maakte in het lokale museum kennis met de Middeleeuwse fantasiebeelden van Burne-Jones. Hij verwerkte deze sprookjestaferelen vol ridderlijke helden en onbereikbare toverfeeën later in zijn eigen omvangrijke fantasiewereld. Ik heb het natuurlijk over J.R.R. Tolkien, de bedenker van Midden-Aarde en auteur van De Hobbit (1937) en In De Ban Van De Ring (1954-1955)!

Love Among The Ruins door Edward Bure-Jones (rond 1873) [Publiek domein].

Een perfect moment samen tenmidden van chaos en teloorgang. Love Among The Ruins door Edward Burne-Jones (1873) [Publiek domein].

Pas tegen het einde van de jaren 1960, toen er een jonge generatie met hernieuwde interesse omkeek naar de organische en romantische taferelen van Victoriaanse kunst, ontstond er meer aandacht voor de magische wereld van Edward Burne-Jones, en werd hij definitief opgenomen in het pantheon van grote 19e-eeuwse kunstenaars.

Zelf ben ik erg blij dat ik zijn werk ontdekt heb. Tijdens mijn studie Duits heb ik mij in de Middeleeuwen gespecialiseerd, en ook Burne-Jones’ romantische versie van de werkelijkheid kan ik erg waarderen. Ik kan zelfs wel zeggen dat het juist de ‘Victoriaanse Middeleeuwen’ zijn, die mij als kind al lieten wegdromen van de tijd van ridders en kastelen. Ik weet zeker dat Burne-Jones’ sprookjesachtige en dromerige meesterwerken ook komende generaties zullen inspireren.

Met die gedachte zet ik nog even thee. Had ik nog maar wat rozenthee op voorraad.


Voor het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:
Edward Burne-Jones op Wikipedia.org.
Birmingham Set op Wikipedia.org.
Pre-Raphaelite Brotherhood op Wikipedia.org.
Maria Zambaco op Wikipedia.org.
Morris & Co op Wikipedia.org.
Adoration of the Magi (tapestry) op Wikipedia.org.
The Beguiling of Merlin op Wikipedia.org.
The Last Sleep of Arthur in Avalon op Wikipedia.org.
The Hobbit op Wikipedia.org.
The Lord of the Rings op Wikipedia.org.
Love Among The Ruins op Wikipedia.org.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.