Op reis door 1823 – Een lange weg te gaan (deel I)

Wanneer ik in de trein zit, kijk ik graag naar buiten. Vooral als we door weilanden rijden, probeer ik me voor te stellen hoe Nederland er vroeger uitzag. Kan ik de hoogspanningsmasten wegdenken, de snelwegen en de viaducten? Stonden er meer boerderijtjes, en tot waar kwam het water? En hoe lang zou het wel niet geduurd hebben om door weer en wind van kerktoren naar kerktoren te hebben gewandeld? Helaas kan ik niet met een tijdmachine terug in de tijd, maar ik heb wel een boek gevonden dat die ervaring een beetje dichterbij brengt. Op reis dus in de 19e eeuw!

jacob-van-lennep

Jacob van Lennep in 1832. Portret door W. Grebner en P. Velijn [publiek domein]. Bewerking door My inner Victorian.

Het is de zomer van 1823. In Engeland is Prinses Victoria vier jaar oud en zit haar oom George IV op de troon. Nederland heeft sinds acht jaar een koning en probeert op te krabbelen na een periode van onrust en verval. In Amsterdam besluiten twee vrienden van gegoede afkomst om een reis door Nederland te maken. Jacob van Lennep (21) en Dirk van Hogendorp (25) reizen vooral te voet, soms per trekschuit of diligence. De trein bestond nog niet. Gelukkig voor mij houdt Jacob van Lennep een dagboek bij, zodat ik met ze mee kan reizen.

trekschuit

“Uit de tijd van de trekschuit en diligence.” Op voorgrond van deze schoolplaat vertrekt de trekschuit vanaf de Leidse Hogewoerdspoort naar Utrecht. Uit de poort vertrekt net een diligence. Getekend door J.H. Isings in 1925. Deze plaat hangt bij mijn vader thuis.

De reis begint in Amsterdam. Daar pakken de jongens een schuit naar het dorpje Buiksloot. Tijdens de vaartocht wordt er door de overige passagiers geroddeld over een moord die gepleegd is in Alkmaar. Het lijkt erop dat een Scrooge-achtige aannemer door boze werklui te grazen is genomen. Het is het gesprek van de dag, en Van Lennep vindt het maar wat interessant.

Aangekomen in Buiksloot trekken ze te voet verder naar het noorden. Na een uur en drie kwartier lopen komen ze aan in Zaandam. Ze besluiten om de toerist uit te hangen en het huisje van Tsaar Peter te bezoeken. Ik vind het leuk om te beseffen, dat dit huisje nu nog steeds een toeristische trekpleister is!

herberg-19e-eeuw

Gezelschap voor een boerenhuis of –herberg (ca. 1831) door Jan Hendrik van Grootvelt (1808-1855).[publiek domein]

Aan het einde van de dag nemen ze hun intrek in een herberg. Zoals we gedurende hun reis meer zullen zien, krijgen ze vanwege hun maatschappelijke positie vaak de best beschikbare kamer. En wanneer dat niet meteen gebeurt, laat Dirk graag weten dat hij graaf van Hogendorp is! Ondanks dat betekent een overnachting toch vaak: vochtige lakens en vlooien in bed. Ook het leven van een rijke reiziger gaat blijkbaar niet altijd over rozen. In de herberg eten de heren meestal hun maaltijden: Zeker in het begin van de reis bestaan deze vaak uit sla, aardappelen en karbonades.

Op goede dagen – dat wil zeggen, als het niet regent – beginnen Van Lennep en Van Hogendorp al om vijf uur ‘s ochtends met lopen. En dan hebben ze nog niet eens ontbeten. Ze staan zo vroeg op omdat ze zo veel mogelijk uit een dag willen halen. Zodra het licht is gaan ze dus op pad, en als het donker is hebben ze al hun intrek genomen in een herberg. Zo leggen ze zo’n 40 kilometer per dag af – te voet!

nederland-19e-eeuw

Nederland was in 1823 nog behoorlijk ongerept en uitgestrekt. Landschap met vee (1804) door Jan Baptist Kobell (1778-1814). Collectie: Rijksmuseum [publiek domein].

Ze trekken verder, langs ontelbare kleine dorpjes, uiteindelijk op weg naar Hoorn en Enkhuizen. Het klinkt wat mij betreft behoorlijk idyllisch:

“Nadat we om vijf uur waren opgestaan, trokken we een uur later de poort uit naar Monnikendam en wandelden op een harde, met essen beplante kleiweg, tot aan een sloot waar de wegen van Edam en Monnikendam samenkomen. Wij hielden rechts aan, waar verscheidene hoeven stonden, met zeer nette en volle akkers. Zo kwamen wij bij een boom op een viersprong, waar wij linksaf een rechte kleiweg volgden, een dijk en brug overstaken, en langs een kronkelend binnendijkje Monnikendam binnenkwamen.”

Twee dingen vind ik moeilijk voor te stellen: Hoe tráág de reis was – en tegelijkertijd hoe hij beleefd moet zijn. Kun je je voorstellen dat Nederland zo groot was dat je er drie maanden in kon rondreizen? Nederland lijkt opeens veel groter als je langzaam gaat!

van-lennep-marken

Een Marker bruidspaar in de locale dracht. Uit: Nederlandsche kleederdragten. Met bijdrages van Valentijn Bing (1812-1895) en Jan Braet von Überfeldt (1807-1894) [publiek domein]. Bron.

Tijdens de reis van Van Lennep is er in ieder geval genoeg ruimte voor gesprekken, visites en het maken van grappen. Zo denken de inwoners van Marken dat één van de twee rijke vreemdelingen de koning is: “kaik, dat is nou Zen Hooghait”. De jongens laten de eilandbewoners graag in hun waan.

Naast ontmoetingen met boeren, handelaren en arbeiders, ontmoeten Van Lennep en Van Hogendorp ook veel kennissen uit hogere kringen. Vooral Dirk van Hogendorp heeft een breed netwerk om visites af te leggen, en dat doet hij dan ook. De meesten kent hij van de sociëteit, of het zijn notabelen en burgemeesters die bekend zijn met zijn familie. Uiteraard laat Jacob van Lennep zich graag introduceren, want van zo’n netwerk kan hij zijn hele leven lang gebruik blijven maken.

bedelaarsgesticht-hoorn

De buitenhaven met de Admiraliteitsgebouwen (1767), door K. Cloeck. Het gebouw werd een bedelaarsgesticht in 1817. Het heeft echter maar 10 jaar bestaan. Collectie: Westfries Museum [publiek domein].

Door hun connecties lukt het hen ook om scholen en gevangenissen te bezoeken. In Hoorn neemt een bevriende advocaat hen mee naar het bedelaarsgesticht. Het is echt schokkend om te lezen hoe schrijnend de situatie daar is. Deze plek, waar echt geen mens terecht zou willen komen, zou niet misstaan in een roman van Charles Dickens. Hoewel Van Lennep zich eerst van zijn hooghartige kant laat zien (die pauperkinderen leren hoogmoedige fratsen over hun waardigheid als mens!), wordt ook zijn hart geraakt door het scheiden van echtparen en gezinnen:

“De mannen en vrouwen zien elkaar alleen van veraf in de kerk. Ook de getrouwden zijn van elkaar gescheiden. Hebben de directeurs dan nooit gelezen, dat de mens niet zal scheiden zal wat God verenigd heeft?”

Geschokt zijn ze, als ze in de kinderkamer een pasgeboren baby vinden. De moeder is de nacht ervoor in het kraambed gestorven. Haar man is zonder haar medeweten als een crimineel naar de bedelaarskolonie Ommerschans in Overijssel gestuurd, terwijl hij niets misdaan heeft. Wow – dat is gewoon het Siberië van Nederland, in die tijd! De kinderen in het gezin blijven achter zonder moeder, en zullen hun vader waarschijnlijk nooit meer terug zien.

lennep-bedelaars

Bedelen om aan drank te komen was een groot probleem. Afbeelding uit de jaren 1840. Via dbnl.nl.

Verdrietig en onder de indruk verlaten de jongens het bedelaarsgesticht. Van Lennep, die dichterlijke aspiraties heeft, schrijft er een bedrukt en weemoedig gedicht over. Snif.

Zo nemen ze afscheid van Holland. Ze nemen een vissersboot over de Zuiderzee naar Friesland.

Binnenkort vertel ik hoe de reis verder gaat. Over het ontmoeten van leuke dames, een dominee met een rampzalig gevoel voor etiquette en zoekgeraakte bagage.

Wil je ook het dagboek van Jacob van Lennep lezen? Dat kan in twee edities: Een originele transcriptie van Marita Mathijsen (helaas niet meer online beschikbaar) en een in moderne Nederlandse bewerking van Geert Mak uit 2000.

It’s time to stick the kettle on. Lavendel mate thee met honing, lekker!


Bij het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:

Voor de citaten, die ik zelf wat leesbaarder heb gemaakt voor een modern publiek:
Marita Mathijsen, Dagboek van Jacob van Lennep. Deze was online beschikbaar, maar is inmiddels verwijderd. Haar huidige blog vind je hier.

Verder: Geert Mak, De zomer van 1823. (2000)

4 gedachten over “Op reis door 1823 – Een lange weg te gaan (deel I)

  1. Wat heb je dit ontzettend mooi en beeldend beschreven! Inderdaad heel apart om je voor te stellen dat je zo lang kunt doen over een reis door ons land, terwijl je nu met de auto in 3 uur van Den Helder naar Maastricht rijdt. Heel leuk om op deze manier de vroegere provincie Holland eens vanuit hele andere ogen te bekijken. Alhoewel ik blij ben dat schrijnende dingen als een bedelaarsgesticht nu niet meer bestaan.

  2. Ja, dat verschil in tijdsbesef is bevreemdend, hè? Het lijkt zo’n verschil met onze gejaagde tijd. Dan vraag ik me af of – en op welke manier – de mensen in de 19e eeuw stress en tijdsdruk kenden.

Geef een reactie