Review: “Rumoer in de stad” in het Gemeentemuseum Den Haag

De 19e eeuw staat de laatste tijd flink in de belangstelling. Zo zijn er regelmatig nieuwe tentoonstellingen met een 19e-eeuws thema. Afgelopen week bezocht ik in het Gemeentemuseum Den Haag de tentoonstelling “Rumoer in de stad – De Schilders van Tachtig” Deze tentoonstelling gaat over een groep Nederlandse schilders uit de jaren 1880, die het belangrijk vond om het leven in de groeiende Nederlandse steden vast te leggen. Wat vond ik van deze tentoonstelling?

rumoer-in-de-stad

De ingang van de tentoonstelling binnen in het Gemeentemuseum Den Haag. Het afgebeelde schilderij is De Dam – De Nieuwe Kerk te Amsterdam (1891) door George H. Breitner (1857-1923).

De schilders van de jaren 1880, George H. Breitner, Isaac Israëls en Willem Witsen worden ook wel de Nederlandse Impressionisten genoemd. Ik ben geen grote kunstkenner, maar aangezien ik hou van de schilderijen van Monet, dacht ik dat de schilderijen van de ‘Schilders van Tachtig’ me ook wel zouden bevallen. In plaats van mooie bloemenvelden verwachtte ik nu het nieuwe stadsleven, dat door de industrialisatie en de daarmee samenhangende bevolkingsgroei erg veranderd was. Bovendien kon er door de uitvinding van gaslicht langer gewerkt én ontspannen worden. Interessante onderwerpen! Het Gemeentemuseum beschrijft het als volgt:

“Dankzij de industrialisering en een groeiende welvaart worden luxe en vermaak aan het einde van de negentiende eeuw voor het eerst voor de massa bereikbaar. Het uitgaansleven, dat is komen overwaaien vanuit Frankrijk, wordt vastgelegd door kunstenaars. Zij tonen de stad in al zijn schoonheid én lelijkheid. Ze schilderen straatfeesten en kroegen, maar ook chique modehuizen, restaurants en theaters. Ze hebben allemaal hun eigen kijk op het leven, want de moderne stad kent meerdere gezichten: aan de ene kant zijn er de luxe en vertier, daartegenover leeft een groot deel van de bevolking in armoede.”

Met deze verwachting ging ik dus naar het museum. Van een aantal stukken was ik erg onder de indruk, zoals de Hoedenwinkel of het Rokin. Ook vond ik het leuk dat er bij het schilderij van de hoedenwinkel ook daadwerkelijk een aantal laat-19e-eeuwse hoeden tentoongesteld waren.

Hoedenwinkel-Israels

Hoedenwinkel van Mars op de Nieuwendijk te Amsterdam (1893) door Isaac Israels (1865-1934).

rokin-koetsen

Het Rokin gezien in de richting van de Dam (1896) door George H. Breitner.

Maar bij een heel aantal schilderijen stelde ik toch telkens weer vast: Wat zijn ze donker – of beter gezegd, grauw! Grauw in kleur (volgens deze schilderijen was het tussen 1880 en 1890 alleen maar bewolkt in Nederland), en grauw in stemming. Ondanks het vooruitzicht op zowel de schaduwkanten als het vermaak in de stad, kreeg ik het idee dat vooral de narigheid van arbeidsuitbuiting en armoede de boventoon voerde.  En zelfs de schilderijen met een frivoler thema (zoals een modeshow) waren beslist niet opbeurender in kleurkeuze. Over deze keuze had ik graag wat meer uitleg gehad. Was deze groep schilders een kliekje depressieve jongelingen, of was het puur protest? Of allebei?

Koffiepiksters-Israels

Koffiepiksters (1886) door Isaac Israels. Jonge vrouwen die als koffiepikster werkten, sorteerden koffiebonen in pikten zo de slechte er tussen uit. Dit was stoffig werk voor een schamel loon en bovendien moesten veel vrouwen tot wel 23 uur op een dag werken!

Op zich vond ik de tentoonstelling zeker interessant om te zien: ik neem nu eenmaal graag een kijkje in de wereld van de 19e eeuw. Het is puur mijn persoonlijke voorkeur dat ik liever wat kleurrijkere en positievere schilderijen zie (en, toegegeven, niet extreem impressionistisch). Daarentegen kon mijn moeder, met wie ik de tentoonstelling bezocht, de realistische kijk op het 19e-eeuwse arbeidersbestaan wel waarderen. Ze vond het ‘echter’ dan andere, meer geromantiseerde kunst (zei ze, toen ik na het zoveelste zwaarmoedige schilderij verlangde naar de stijl van Alma-Tadema). En met dat realisme had ze natuurlijk wel een punt.

sneeuwballengevecht-breitner

Toch nog wat vertier: Sneeuwballen gooien op de paleisstraatbrug (1898) door George H. Breitner.

parkbankje-Israels

Op een bankje in het Oosterpark te Amsterdam (ongedateerd) door Isaac Israels.

Zou ik deze tentoonstelling aanraden: Ja, toch wel. Hoewel ik zelf dus wat meer schilderijen verwacht had over het nieuwe frivole uitgaansleven, is het vooral een inkijkje in het echte leven aan de rand van de stadse samenleving. En dat vond ik ook erg de moeite waard.

De tentoonstelling “Rumoer in de stad” is nog te zien tot en met 5 november 2017 in het Gemeentemuseum Den Haag. Als je alleen deze tentoonstelling bezoekt, ben je zo’n twee uur kwijt. In het grote museum zijn echter nog meer (vooral moderne) tentoonstellingen, die ook de moeite waard zijn. Met onder andere een gigantisch poppenhuis uit 1743! Genoeg te zien voor een leuk dagje uit, dus.

Tijd voor een kopje heidethee op het balkon.


Voor het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:
“Rumoer in de stad” op de website van het Gemeentemuseum Den Haag.

2 gedachten over “Review: “Rumoer in de stad” in het Gemeentemuseum Den Haag

Geef een reactie