Leestip: De laatste roman van Anne Brontë

In de zomervakantie had ik zin om eens lekker te genieten van victoriaanse klassiekers. Zo las ik onder andere The Tenant of Wildfell Hall van Anne Brontë. Het was haar tweede en laatste roman, en is een stuk minder bekend dan het realistische en romantische Agnes Grey. Ik heb ontzettend genoten van deze roman, die ook nog eens een belangrijke sociale boodschap blijkt te hebben – al werd die niet door iedereen gewaardeerd.

Anne Brontë is vanaf het begin mijn favoriet van de drie zussen Brontë geweest. Hoewel het ruige Wuthering Heights van Emily, en het tragisch-romantische Jane Eyre van Charlotte veel bekender zijn bij het grote publiek, heeft het realisme van Anne me altijd aangesproken. Ze vond het belangrijk om haar visie op de werkelijkheid onderdeel te laten zijn van haar romans, ook al vond het publiek de pijnlijke waarheid niet altijd prettig om te lezen.

Anne Brontë door Patrick Branwell Brontë

Anne Brontë, geschilderd door haar broer Branwell rond 1834 [Publiek domein].

Eigen ervaringen op papier

Als enige van de Brontë-zussen lukte het Anne om voor langere tijd een baan aan te houden, waardoor ze de Britse bovenklasse en hun gewoontes goed leerde kennen. Als gouvernante voor twee welgestelde gezinnen observeerde ze de sociale gedragingen van de elite; en daar was ze niet bepaald van gecharmeerd. Haar ervaringen als gouvernante en haar observaties van de upper class verwerkte ze in Agnes Grey en The Tenant of Wildfell Hall. Hierin schuurt ze vakkundig het laagje vernis van de sociale bovenlaag af. En dat is wat de roman wat mij betreft zo boeiend maakt. Omdat ze een vrouw was – en om dit feit niet de beoordeling van haar roman te laten beïnvloeden – schreef Anne onder het pseudoniem Acton Bell.

The Tenant of Wildfell Hall is in de kern volledig gericht op het functioneren van de bestaande victoriaanse maatschappij. De spiegel die Anne de samenleving voorhield, kwam haar op veel felle kritieken te staan. Maar tegelijkertijd zorgde de controverse rond haar boek ervoor dat The Tenant of Wildfell Hall de snelst verkopende Brontë-roman werd; echt een bestseller die van de planken vloog, en die om een tweede druk vroeg. Door welke sensationele inhoud werden de lezers dan zo geboeid?

Voorpagina On The Moors 1873 Wildfell Hall

Titelblad van The Tenant of Wildfell Hall uit 1873 [Publiek domein].

Wie huurt Wildfell Hall?

Zoals niet ongebruikelijk was in de 19 eeuw, bestaat The Tenant of Wildfell Hall uit drie delen. In het eerste deel is de jonge Mr. Gilbert Markam aan het woord. In het doorgaans rustige dorp waar hij woont, zijn de mensen in rep en roer. De reden? Er is een nieuwe huurder in het nabije en vervallen landhuis komen wonen. Die huurder blijkt Mrs. Graham te zijn, – een vrouw dus, vast een grote verrassing voor lezers in die tijd – , die samen met haar zoontje een teruggetrokken leven leidt. Hoewel Mr. Markham in eerste instantie onverschillig lijkt, wordt hij toch langzaam verliefd op haar.

In het tweede deel lezen we het dagboek van Mrs. Helen Graham, en komen we erachter hoe zij in haar teruggetrokken positie op Wildfell Hall terecht is gekomen. Dit deel was het meest schokkend voor het victoriaanse publiek, omdat het zedeloos en losbandig gedrag heel precies tentoonstelt. Hoewel toenmalige lezers ook wel literaire slechteriken kende, werden hun daden meestal niet in het volle daglicht uitgestald.

The Tenant of Wildfell Hall door Walter L. Colls

Gilbert benadert Mrs. Graham tijdens het schilderen. Tekening door W.L. Colls [Publiek domein].

Denk bijvoorbeeld aan John Willoughby en George Wickham uit de eerste twee romans van Jane Austen. Die karakters blijken verdorven, maar hun uiterlijke manieren zijn op het eerste gezicht uitstekend. En wanneer hun daden dan bekend worden, worden ze in nette bewoordingen omschreven. Iets anders vond het victoriaanse publiek onsmakelijk om te lezen – en natuurlijk niet geschikt voor vrouwelijke lezers.

Maar in The Tenant of Wildfell Hall trekt Anne Bronte zich van dat soort conventies niks aan. De ‘slechterik van het stuk’ is Mr. Arthur Huntingdon, de vlotte jongeman die de naieve Helen maar al te snel het hof heeft gemaakt. Hoewel je als lezer de signalen van een foute kerel vanaf een afstand kunt ruiken, valt Helen als een blok voor hem. Ze ziet wel enige slechte eigenschappen, maar ze gelooft dat ze hem van zijn pesterijen, dronkenschap en leugenachtigheid af kan helpen door een godsvruchtig huwelijk.

Wildfell Hall Engraving 1873

De verlaten en donkere Wildfell Hall, gravure uit 1873 [Publiek domein].

Helaas blijkt de werkelijkheid minder fraai. Nadat hun huwelijk daadwerkelijk gesloten is, wordt het gedrag van Arthur met het jaar egocentrischer, zedelozer, en totaal beïnvloed door drankmisbruik. De vrienden die hij af en toe uitnodigt zijn ook niet mis, en net zo drankverslaafd en vrouwonvriendelijk als hijzelf. Na een aantal verschrikkelijke huwelijksjaren ziet Helen zich genoodzaakt om stiekem met haar zoontje van vijf te vertrekken. Ze trekt zich terug op Wildfell Hall, onvindbaar voor haar man. Tot zover een verdrietig verhaal, dus. Ik verraad uiteraard de afloop in deel drie niet…

Een schokkende geschiedenis

Waarom was dit verdrietige verhaal zo schokkend in het midden van de 19e eeuw? Dit had drie redenen. De eerste is voor de meeste moderne lezers een beetje een ver-van-mijn-bed-show: De roman heeft een diepreligieuze lading, die niet helemaal strookt met de officiële leer van de Church of England. Het ontstaan van de verschillende protestantse stromingen zorgde in de 19e eeuw voor veel discussie – maar dat is meer stof voor een ander blog. En ik weet er eerlijk gezegd nog veel te weinig vanaf.

Nameless and Friendless door Emily Mary Osborn 1857

Nameless and Friendless (1857) door Emily Mary Osborn [Publiek domein]. Er wordt wel gesuggereerd dat dit schilderij, met een eenzame schilderes en een kleine jongen, gebaseerd is op het verhaal van Helen in The Tenant of Wildfell Hall. Werken voor je geld – en dus ook schilderijen verkopen – werd gezien als een grote schande voor vrouwen uit de gegoede klasse.

De andere twee redenen hebben meer met de directe verhaallijn te maken: De schokkende gedragingen van (met name) mannen als het gaat om zedeloosheid en drankmisbruik, en het pleidooi van Helen voor een gelijke behandeling van mannen en vrouwen; dat was anno 1848 bepaald ongehoord.

Maar ondertussen…

Aan het begin van de victoriaanse tijd was er een nieuwe moraal in de middenklasse ontstaan, die zich concentreerde op het stichten en vormgeven van het nette, vrome huisgezin. Daarin had de man de absolute macht over zijn vrouw en kinderen, en dienden vrouwen gedwee en bescheiden het huishouden te runnen.

The Spat belmiro de almeida 1887

The Spat (1887) door Belmiro de Almeida [Publiek domein]. Vrouwen hadden in de 19e eeuw weinig rechten, en konden weinig beginnen tegen een ‘bruut’ van een echtgenoot.

De werkelijkheid was echter maar al te vaak anders. Mannen konden, als zij dat wilden, een losbandig leven leiden achter de gesloten deuren van herenclubs. De meeste vrouwen hielden zich koest, omdat de kleinste misstap al een sociale ramp kon betekenen, en ze sowieso geen rechten hadden. De samenleving hield dapper een schijn van deugdelijke burgerlijkheid op, die Anne Brontë in haar roman met de grond gelijk maakt.

Niet verwonderlijk dus, dat de openheid waarmee The Tenant of Wildfell Hall geschreven is, de brave lezers schokte. Ze konden zich gewoonweg niet voorstellen dat mensen zó onbehoorlijk, zó egocentrisch en zó onverbeterlijk konden zijn. Acton Bell had hierin toch zeker overdreven? Dat iemand eigenhandig zoiets verwerpelijks had kunnen verzinnen straalde voor de victorianen vooral af op de auteur zelf.

En naast alle losbandigheid van verschillende personages schokte één ding nog meer: De zelfstandige houding van Helen, die uiteindelijk haar gelofte van gehoorzaamheid aan haar man breekt om hun kind mee te nemen naar een geheim toevluchtsoord. Hiermee overtrad het hoofdpersonage bestaande victoriaanse wetgeving, die eiste dat vrouw en kinderen in lijf en goed aan de man toebehoorden.

Grassdale Manor 1873

Grassdale Manor wordt het huis van Helen als getrouwde vrouw. Een mooi landgoed, maar geen veilige plek, zo blijkt. Gravure uit 1873 [Publiek domein].

Door schade en schande wijzer

Anne legt dus duidelijk de vinger op de gevoelige plek: De ongelijkheid tussen man en vrouw in de 19e eeuw. Ze benoemt dit al in een vroege scène in The Tenant of Wildfell Hall, waarin – in ieder geval voor moderne lezers – een absurde discussie over opvoeding wordt voorgespiegeld.

Daarin bevindt Helen zich qua opvattingen lijnrecht tegenover meerdere dorpsgenoten: Zij vinden dat een jongeman de wereld en al zijn onzedelijke gevaren moet leren kennen, om er sterker van te worden en het slechte voortaan te kunnen weerstaan. Een meisje daarentegen mag de wereld helemaal niet ontdekken. Zij moet beschermd worden opgevoed, omdat zelfs alleen theoretische kennis van het slechte al schadelijk zou zijn voor haar deugdzame ontwikkeling. Zoals Helen scherp opmerkt:

“You would have us encourage our sons to prove all things by their own experience, while our daughters must not even profit by the experience of others.”

Het titelpersonage staat alleen in haar gedachten over gelijkheid tussen mannen en vrouwen. Net als Anne Brontë, die hoopte om met haar betoog een kleine bijdrage te leveren aan meer bewegingsruimte voor vrouwen, en aan gelijkheid tussen de geslachten.

The Artist Painting Anna Maria Gardell-Ericson

The Artist Painting door Anna Maria Gardell-Ericson (1853-1938) [Publiek domein]. Zo stel ik me Helen voor, afgezien van de latere kledingstijl dan. Met sierlijke donkere haren, in concentratie gebogen over haar kunstwerk.

Helaas voor Anne kon haar roman door het gekozen onderwerp – en de manier waarop ze het aansprak – rekenen veel kritiek. In de kern was The Tenant of Wildfell Hall een morele roman, maar zo wilde het publiek haar werk niet lezen.

Brontë in de verdediging

Toch kwam er een tweede editie (mensen lezen nu eenmaal graag shockerende dingen), waarin de auteur zich in het nieuwe voorwoord verdedigt: Haar verhaal was dan wel fictie, maar gebaseerd op ware gebeurtenissen en personen. Ook sabelt ze de insinuerende vraag neer, of de schrijver van het boek misschien een vrouw kon zijn – dat zou de interpretatie van de hele roman veranderen. Uit haar laatste zin blijkt de kern van haar manifest – wat de meest obscure van de Bontë Sisters tot een van de eerste voorvechters van gelijkheid tussen man en vrouw maakt:

“All novels are, or should be, written for both men and women to read, and I am at a loss to conceive how a man should permit himself to write anything that would be really disgraceful to a woman, or why a woman should be censured for writing anything that would be proper and becoming for a man.”

Mooi gezegd, nietwaar? Voor ons lijkt het volkomen vanzelfsprekend dat dezelfde boeken door zowel mannen als vrouwen geschreven en gelezen kunnen worden. Maar om binnen dit specifieke onderwerp te blijven: Hoewel je het misschien niet zou verwachten, valt er op dit punt zelfs in onze tijd nog wat te winnen. Ondanks alle stappen die de vrouwenemancipatie gezet heeft, hebben mannelijke schrijvers volgens sommigen nog steeds meer kansen in de boekenwereld, en worden boeken door vrouwen ook sneller vooral voor vrouwen in de markt gezet. Zelfs Joanne Rowling werd aangeraden om onder haar voorletters te publiceren, zodat de Harry Potter-reeks niet alleen voor meisjes gekocht zou worden. Jongens lazen immers liever een boek door een mannelijke schrijver, zo beweerden marketingstrategen.

Staningley Hall Wildfell Fall Anne Bronte 1873

Eind goed, al goed? De roman, met zijn vele landhuizen, eindigt op het mooiste landgoed van de streek. Een fijn thuis was in de victoriaanse tijd – en nog steeds? – het hoogste ideaal. Gravure uit 1873 [Publiek domein].

Ik ben benieuwd wat Anne Brontë van alle ontwikkelingen in de vrouwenemancipatie in de 19e eeuw zou hebben gevonden. Als zij een bejaarde leeftijd had mogen bereiken, dan had ze kunnen zien hoe vrouwen zich in de 19e eeuw steeds meer vrijheid gingen toe-eigenen; vooral op de gebieden van voogdij, bezit en werk.

Helaas is Anne, net als al haar zussen en broer, zeer jong overleden: Ze stief in al 1849, op 29-jarige leeftijd, aan tuberculose. Naast de menselijke kant van dit verlies, zou het interessant zijn geweest om te zien hoe zij zich als persoon en schrijfster zou hebben ontwikkeld. Gelukkig hebben we wel twee romans, die allebei zeer de moeite waard zijn om eens op te pakken op een druilerige herfstdag!

Het is weer tijd om thee te zetten. Sterrenmunt maar weer eens.


Voor het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:
Anne Brontë: The Tenant of Wildfell Hall. In: Life and Works of Charlotte Brontë and her Sisters – volume VI (1873), via Archive.org.
Anne Brontë: The complete novels (Kindle edition 2013)
Nick Holland: In Search of Anne Brontë (Kindle edition 2016).
The Tenant of Wildfell Hall op Wikipedia.org.
John Boyne: ‘Women are better writers than men’. In: The Guardian, 12 december 2017.

6 gedachten over “Leestip: De laatste roman van Anne Brontë

  1. Ik kan je aanbeveling van deze roman van harte onderschrijven. Ik las hem rond 1980 voor mijn studie en was aangenaam verrast hoe modern hij was, en hoe krachtig – ook nu nog. Anne was duidelijk een hele moedige schrijver die het nog steeds zeer verdient om gelezen te worden.
    Ken je trouwens de BBC-verfilming met Tara Ftizgerald?

    • Ja hè, de roman is inderdaad verrassend modern, dat had ik niet verwacht. Bedankt voor de tip van de verfilming, daar ga ik naar op zoek!

  2. Al veel te lang geleden heb ik gereageerd op een blog van je, maar wel alles gelezen hoor! Bij deze weer een reactie. Ik vond het boek Jane Eyre niet door te komen (om heel eerlijk te zijn vind ik de boeken van Jane Austen ook altijd pittige kost. Ergens is het leuk en ergens is het ook wat saai. Tempo is laag en je moet het veel hebben van woord grappen en een bepaalde soort humor) Dit klinkt echter wel als een interessant boek!

    Grappig dat je hier een heel betoog houdt over emancipatie. Dit is een discussie punt wat tussen mij en mijn vader vaak ter sprake komt. Ik denk dat vrouwen weinig rechten hadden en meer wilden omdat ze onderdrukt werden door mannen. Dit niet perse fysiek maar ook mentaal door beperkingen die sociaal geaccepteerd waren. Mijn vader denkt dat er echt een kleine groep is die hier last van had, maar het gros geen hinder had van vrouwonvriendelijke praktijken. In onze ogen dan vrouwonvriendelijk. Ik vind het zo’n lastige. Hoe is de emancipatie ontstaan en kan er ooit sprake zijn van gelijkheid? Er is toch ook gewoon een verschil wat wetenschappelijk aangetoond is. Het gaat vooral om gelijkwaardigheid/respect naar elkaar en eerlijke kansen. Eigenlijk ben ik wel benieuwd of je hier eens een blog over kan schrijven (ook omdat in moderne boeken de emancipatie altijd zo erg van nu te zijn en zo westers)

    Om een lang verhaal kort te maken; ik ben ook nog eens erg benieuwd naar je uiteenzetting over de ontwikkelingen in de kerk. Ik ben benieuwd wat je tegenkomt in je zoektocht. en ook de kerk speelt in die tijd echt een hele grote rol, maar wie gingen er eigenlijk vooral naar de kerk? Waren dat de armen of was het gros de middenklasse en hogere klasse?

    • Hoi Luna,

      Bedankt voor je interessante en uitgebreide reactie. Je stelt een aantal boeiende vragen! De positie van vrouwen, vroeger en nu, is een interessant onderwerp. Ik ben zeker van plan om er aandacht aan te besteden, waarschijnlijk in meerdere blogposts. Het gaat tenslotte om veel onderwerpen, zoals de vrijheid om te gaan en staan waar je wilt, de mogelijkheid tot het volgen van een opleiding, rechten rond het huwelijk en voogdij, het verschil tussen eigen bezit hebben en iemands bezit zíjn, enzovoorts. Het onderwerp ‘vrouwen in de 19e eeuw’ staat al langer op mijn to-do-lijstje, maar ik ben er gewoon nog niet vaak genoeg aan toegekomen. Inmiddels staat er wel één blog online: https://www.myinnervictorian.nl/rol-van-de-vrouw-19e-eeuw/

      De kerk in de 19e eeuw is trouwens ook een interessant onderwerp. Aan de ene kant kwam de ontkerkelijking al een beetje op gang, maar aan de andere kant was er onder de protestanten een felle richtingenstrijd (zowel in Groot-Brittannië als in Nederland), en waren de katholieken in beide landen lange tijd nog tweederangsburgers. In alle lagen van de bevolking waren er mensen die zich zeer in het geloof verdiepten, en mensen die er niet zo veel mee hadden. Over het algemeen kun je wel zeggen dat de meeste mensen het bestaan van God niet ontkend zullen hebben, maar dat wil niet zeggen dat iedereen ’s zondags naar de kerk ging. Maar in principe was kerkgang op zondag wel gebruikelijk – en mensen konden hun personeel er zelfs toe verplichten.

      Er wordt vaak gesteld dat de kerk de oorzaak is van de ongelijkheid tussen mannen en vrouwen. Inderdaad worden in religieuze kringen vaak Bijbelteksten aangehaald om de verschillende taken van mannen en vrouwen te definiëren. En zeker hebben de kerkelijke doctrines de onderschikte positie van de vrouw versterkt. Maar de positie van vrouwen in de maatschappij (en daarmee ook hun emancipatie) is eigenlijk heel geleidelijk ontstaan, en heeft oorzaken die zowel biologisch, religieus, economisch en maatschappelijk zijn. Je kunt dus wel begrijpen dat je over dit onderwerp hele boekwerken zou kunnen schrijven, maar ik zal me nu even beperken tot een korte omschrijving van de ontwikkelingen in de 19e eeuw.

      De taken van mannen en vrouwen in de maatschappij zijn eeuwenlang vrij duidelijk gedefinieerd geweest: vrouwen kregen kinderen, en mannen hadden daardoor logischerwijs meer de ruimte om taken buitenshuis op zich te nemen. Aan het begin van de 19e eeuw waren vrouwen wettelijk gezien geen rechtspersoon, en veel belangrijke zaken buiten de familiekring moesten via de man geregeld worden. Echter, binnen de eigen kring had de vrouw – met haar eigen taken – een vrij gelijkwaardige positie aan haar man. Zij deed niet alleen taken in het huishouden, maar ook op het land of in het familiebedrijf. In bovengenoemd blog heb ik daar meer over geschreven.

      Toen door de industriële revolutie de middenklasse groeide, kon een stijgend aantal mannen genoeg verdienen om in hun eentje het gezinsinkomen binnen te brengen. Het gevolg was, dat vrouwen steeds meer decoratief thuis kwamen te zitten, ze minder belangrijke taken kregen, en minder gingen bijdragen aan de wereld buitenshuis. Voor de nieuwe middenklasse werd dat een kwestie van status, want een thuiszittende echtgenote was een luxe. In het midden van de 19e eeuw was de positie van de vrouw een stuk passiever en ondergeschikter geworden dan daarvoor. Tegen deze verslechterde situatie kwamen de jongere generaties vanaf de jaren 1880 in opstand.

      Je vroeg je af of vrouwen in vroeger tijden zo veel last hebben gehad van hun aan mannen onderschikte positie. Ik denk zelf van wel. In de eerste plaats gewoon wettelijk en praktisch gezien: Wanneer de mannen (vader, broer, echtgenoot) van wie een vrouw verplicht afhankelijk was, wegvielen, kon zij zomaar op staat komen te staan. Ze had namelijk meestal niet de mogelijkheid om zelf geld te verdienen of om automatisch wat te erven. Het is niet voor niets dat deze onderwerpen een terugkerend thema zijn in de levens en romans van onder andere Jane Austen en de zussen Brontë.

      Daarnaast heb je nog een stuk persoonlijke ontwikkeling. Hoewel een grote groep zich vast geschikt zal hebben in het model van huishouden, kinderen en een beetje pianospelen, waren er ook legio vrouwen die verlangden naar meer kennis, meer activiteit en meer bijdrage aan de maatschappij buiten de opvoeding van hun kinderen. Het leken wel mensen! Natuurlijk waren (en zijn) er biologische verschillen tussen mannen en vrouwen, waardoor veel vrouwen een deel van hun tijd en energie besteden aan het moederschap. Maar mannen en vrouwen doen intellectueel niet voor elkaar onder (in onze tijd zijn de verhoudingen binnen het universitair onderwijs 50-50), en dus is het niet gek dat ook vrouwen in de 19e eeuw verlangden naar een leven waarin zij al hun capaciteiten konden ontplooien.

      Terug naar de Brontës. Patrick Brontë, de vader van de drie zussen Brontë, was een dominee in de protestantse Church of England. Hij vond het belangrijk om zijn dochters – net als zijn zoon – een goede opleiding te geven, en zag hierin geen beletsel vanuit zijn geloof. Ook vond hij zijn dochters niet minder gekwalificeerd voor een goede opleiding dan zijn zoon: Hun geslacht maakte niet uit voor hun capaciteit om te leren. Achteraf gezien is het maar goed dat dominee Brontë zijn dochters zo goed had opgeleid: Hun kennis zou hen in staat stellen om het hoofd boven water te houden, toen bleek dat zoon Branwell totaal niet in staan was om de familie te onderhouden.

      Vrouwen, opleiding en het geloof; ik vind dat je je met hele interessante vragen bezighoudt! ‘The Tenant of Wildfell Hall’ zul je denk ik heel interessant vinden, hoewel er ook passages zijn waar je je doorheen moet worstelen. Ik kan je ook de biografie over Anne Brontë door Nick Holland aanraden: ‘In Search for Anne Brontë’, waarin hij uitgebreid haar geloofscrisis beschrijft. Helaas is dit boek niet in het Nederlands verschenen. Ook interessant is ‘In betrekking’ van de Nederlandse Maria van den Ent. Zij groeide op als jong meisje aan het begin van de 20e eeuw, en had een hoop te stellen met haar positie als vrouw en haar gedachten over het geloof. Als moderne boeken over feminisme je niet aanspreken, kan ik je deze zeker aanraden!

      Hopelijk kun je wat met deze inzichten. Ik vind het in ieder geval geweldig leuk dat je mijn blog zo aandachtig volgt!

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.