De Enkhuizer Almanak: Vermaak uit 1845

Al eerder schreef ik op mijn blog over een van de oudste objecten in mijn collectie: Een Enkhuizer Almanak uit 1845. Traditioneel werd deze almanak rond de jaarwisseling aangeschaft, of juist cadeau gedaan, om het hele nieuwe jaar door geïnformeerd te worden over allerlei zaken als waterstanden, bootdiensten, en tijdstippen voor het sluiten van stadspoorten. Maar er was ook altijd ruimte voor stukjes ter lering ende vermaak. Vandaag deel ik met jullie een aantal fragmenten uit mijn almanak van ruim 175 jaar oud.

Aan het einde van mijn vorige blog uit 2018 had ik al beloofd om een vervolg te schrijven over ‘de tweede helft’ van mijn Enkhuizer Almanak. Deze werd uitgegeven door De Maatschappij Tot Nut van ‘t Algemeen, en bevat onder andere versjes en liedjes, raadsels, een stukje biologieles, een wat langer verhaal, en tot slot wat alledaagse praktische raad.

Dat ik niet eerder aan dit vervolgblog ben toegekomen, heeft deels een inhoudelijke reden: Ik vond het moeilijk om een selectie te maken uit de bovenstaande tekstsoorten. Want één ding is me wel duidelijk: Wat men in 1845 grappig of interessant vond, is niet per sé meer zo leuk in 2021.

Enkhuizer Almanak 1845

“De van ouds vermaarde Erve C. Stichters Enkhuizer Almanak voor het jaar 1845.” Collectie: My inner Victorian.

De teksten zijn bedoeld ter onderwijzing en ontspanning, en dat wil zeggen dat de teksten waarschijnlijk niet bedoeld zijn voor mensen die al een gedegen eigen opleiding hadden gehad. Ook qua thematiek duidt het karakter van de verschillende stukjes op een doelgroep van geletterde boeren, handelaren en stadslui; de (lagere) middenklasse, dus. De raadgevingen zijn letterlijk gericht aan “Landman en Burger”.

Het puur informatieve artikel van de editie van 1845 gaat over de gedaantewisseling der dieren, inclusief  tekeningen van de verschillende stadia van kikkers en vlinders. In een tijd van vóór Wikipedia en verplichte biologielessen op school kan ik me voorstellen dat het stuk met interesse gelezen zal zijn. Voor ons is het echter niet bijzonder interessant.

Biologieles met plaatjes in de Enkhuizer Almanak van 1845. Collectie: My inner Victorian.

Het leukste om te lezen vond ik het langere verhaal, dat zich afspeelt op een trekschuit van Amsterdam op Haarlem. We leren als moderne lezer vooral iets over de tijdgeest anno 1845.

Door snelle nieuwe vervoersmiddelen als de trein veranderde het tijdsgevoel. Volgens de verteller hebben de reizigers met de moderne trein en de razende diligence altijd maar haast. En wat heeft dat voor zin? Door de stipte vertrektijden en het gehaast is er ook meer vertraging! Bij de trekschuit weet je gewoon dat je er de tijd voor moet nemen, en ligt het schema niet op de minuut vast. Je komt aan wanneer je aankomt. Ja, zo kun je er natuurlijk ook naar kijken…

Vertelling in eene Trekschuit

Twee bladzijdes uit de Enkhuizer Almanak van 1845, met daarin de start van de ‘Vertelling in eene Trekschuit’. Collectie: My inner Victorian.

Naast deze intrigerende overdenking over haast en tijdsdruk vond ik de verhaalsetting in de trekschuit interessant. Hoe zag zo’n trekschuit eruit? Kon je zowel buiten als binnen zitten? Welk volk maakte van de trekschuitdiensten gebruik, en hoe kon de sfeer aan boord zijn tijdens zo’n lange zit, zo langdurig op elkaars lip? De reizigers in dit verhaal vertellen elkaar verhalen en roddels, bijvoorbeeld over misdaad, of over de staatloterij. Ook wordt er gepraat over die nieuwerwetse trein. Mooi om zo’n blik terug in de tijd te krijgen, nu de trein voor ons zo vanzelfsprekend is.

Een 19e-eeuwse kleurentekening van een trekschuit met aan boord deftige heren met hoge hoeden.

Reizen in een trekschuit over de Haarlemmertrekvaart [Publiek domein].

Het geluid van 1845

En dan de versjes, liedjes en raadsels. Bij één liedje staat bladmuziek afgedrukt, dus Mr. W. en ik hebben ons best gedaan om het liedje eens te zingen. Zo beleef je geschiedenis op allerlei manieren.

De inhoud van de korte stukjes zijn volks, stereotype, en – om het modern te zeggen – tegenwoordig niet meer politiek correct. Een zeer leerzaam gedichtje om mensen ervan te weerhouden om mee te doen aan loterijen, duidt de lotverkoper aan als ‘Joodje’. Welke historische verklaring je hier ook aan geeft (het is mogelijk dat er relatief veel Joodse mensen actief waren bij het aanbieden van loterijen), deze benaming was ook bedoeld om de lezer te waarschuwen voor de onbetrouwbaarheid van de man. Slik. Dat leest anno 2021 echt niet meer zo prettig.

Versje 'katknuppelen' uit de Enkhuizer Almanak van 1845.

Wat ik als 21ste-eeuwse lezer van het fenomeen ‘katknuppelen’ vind moge duidelijk zijn, maar tot ver in de 20ste eeuw was het een vrij veelvoorkomende vorm van vermaak voor jongemannen. Het is nog een geluk dat de schrijver van dit stijve versje uit 1845 ook al geen goed woord over heeft voor deze ‘ruwe knapen’. Vers uit de Enkhuizer Almanak van 1845. Collectie: My inner Victorian.

Eveneens schaamteverwekkend zijn de denigrerende opmerkingen over bijvoorbeeld Belgen of Duitsers. Zo worden de Belgen bespot omdat ze steenkool gebruiken in plaats van turf. Nou weet ik na het lezen van Ruth Goodmans The Domestic Revolution toevallig dat steenkool toch echt voordeligere brandkwaliteiten heeft, maar ja… De meeste eigentijdse lezers zullen toch geen vergelijkend warenonderzoek hebben kunnen doen (en bovendien waren ze nog boos om de Belgische afscheiding).

Duidelijk is dat de almanak behoorlijk nationalistisch gekleurd is. Niet verwonderlijk in de 19e eeuw, waarin Nederland als koninkrijk nog maar kort bestond, en overal in Europa in toenemende mate nationalistische sentimenten (en ressentimenten) gevoeld werden.

Afbeelding van een veenboer uit de Enkhuizer Almanak van 1845. Collectie: My inner Victorian.

Andere versjes gaan in op de tegengestelde rollen van mannen en vrouwen in de maatschappij. Mannen moeten dapper, sterk en vroom zijn, en vrouwen vlijtig, kuis en zorgzaam – en uiteraard ook vroom. De stereotype schetsen zijn telkens weer volledig historisch te verklaren en bovendien cultureel interessant, maar ik kan niet zeggen dat ik de stukjes dan ook léuk vind. Zoals dit belerende versje over een boerenmeid die een lift aanneemt van een kerel, en hierdoor nooit meer een fatsoenlijke echtgenoot zal vinden.

Waarschuwing voor boerenmeidenuit de Enkhuizer Almanak van 1845.

Ik schat zo in dat dit versje in de 19e eeuw zowel grappig als waarschuwend werd bevonden: Meiden, let op met wie je meegaat, want na één kleine misstap ben je al een verloren zaak. Over de man in kwestie wordt natuurlijk niets vermanends gezegd…

Andere grapjes in de almanak zijn soms een beetje flauw, of betreffen zegswijzen naar de – 175 jaar later – nogal bekende weg. Tegelijkertijd viel het me op hoeveel historische verwijzingen in de mopjes zitten, die men tegenwoordig niet meer snel zou snappen. Sowieso maken wij veel minder grappen over staatslui van zegge 200 jaar geleden: Geschiedenis zit vandaag de dag nog maar weinig in het algemeen bewustzijn. Het mopje over de Franse diplomaat Talleyrand zal ik daarom maar weglaten…

Twee grapjes vond ik zelf wel aardig: Beide geven ons een inkijkje in de Victoriaanse cultuur. Zo is er een mop over vrijgezellenknopen, die dan net uitgevonden zijn. En daarnaast gaan we mee met een dame op stand, die visitekaartjes gaat afgeven.

Grapje over vrijgezellenknopen uit de Enkhuizer Almanak van 1845.

Grapje over het afgeven van visitekaartjes uit de Enkhuizer Almanak van 1845.

Een mop over het afgeven van visitekaartjes. Jocrisse was een populair typetje van een klungelige lakei.

Het boekje eindigt zoals gezegd met goede raad, dat duidelijk voor de twee geslachten is uitgesplitst: Mannen krijgen advies over de bemesting van land, en hoe je van de jenever afkomt. Het gegeven advies over jenever is werkelijk een bijzonder slecht idee; je dient namelijk gedurende zes dagen door al je eten en drinken een scheut jenever te doen. En op de zevende dag lust je het dan niet meer…

Voor de vrouwen zijn er adviezen voor huismiddeltjes, want daar gaat hun hart sneller van kloppen! Mogelijk zijn het goede adviezen geweest, want de laatste pagina is er zelfs uitgescheurd om misschien wel te bewaren. Maar zelf was ik mentaal al afgehaakt bij de eerste zin:

Adviezen over huismiddeltjes voor de vrouw uit de Enkhuizer Almanak van 1845.

Nou, voelen jullie je ook al geroepen om de gordijnen te wassen en de stofzuiger ter hand te nemen? Ik niet. Ik zet nog lekker een rustgevend kopje thee.

4 gedachten over “De Enkhuizer Almanak: Vermaak uit 1845

  1. Prachtig dat je ons zo meeneemt door de almanak. Heel leerzaam!

    Ik snap je gevoel heel goed; onvoorstelbaar voor ons hoe er over bepaalde bevolkingsgroepen gesproken werd.

    • Graag gedaan, Wendy! Ik heb zelfs getwijfeld of ik deze inhoud wel zou gebruiken – en bepaalde zaken heb ik ook daadwerkelijk weggelaten, omdat ik ze te kwetsend vond -, maar ik vind het toch belangrijk om te laten zien hoe de ideeën de loop der tijd veranderd zijn.

    • Ik ben blij dat je het leuk vond, Jacqueline! Het is interessant om zo een inkijkje in de Nederlandse cultuur van 200 jaar geleden te krijgen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.