To Be Read At Dusk: Drie keer griezelen met Charles Dickens

Charles Dickens heeft zijn bekendheid het meest te danken aan zijn dikke romans vol kleurrijke personages. Maar wisten jullie dat de schrijver ook vele korte verhalen geschreven heeft? Als presentje bracht ik voor Mr. W. uit het Charles Dickens Museum in Londen een piepklein bundeltje met Dickensiaanse griezelverhalen mee. Die ik daarna natuurlijk ook zelf gelezen heb…

Nu de dagen weer duidelijk korter duren, en de nachten steeds donkerder worden, leek het me een uitgelezen kans om jullie mee te laten genieten van één van mijn favoriete bundeltjes van de Victoriaanse schrijver. Het pocketboekje met drie short stories op slechts 54 pagina’s heeft namelijk de spannende titel To Be Read At Dusk. En daarmee kom je al aardig in de griezelstemming, voor wie dat afgelopen week tijdens Halloween niet gedaan heeft.

Afbeelding op het voorblad van The Legend Of Sleepy Hollow van Washington Irving (1899). Getekend door Frederick Simpson Coburn [Publiek domein].

“What fearful shapes and shadows beset his path amidst the dim and ghastly glare of a snowy night!” Afbeelding op het voorblad van The Legend Of Sleepy Hollow  van Washington Irving (1899). Getekend door Frederick Simpson Coburn [Publiek domein]. Bewerking door My inner Victorian.

To Be Read At Dusk is gelijk de titel van het eerste verhaal  – eigenlijk een raamvertelling -, waarin de verteller de spookverhalen van drie keuvelende koeriers op een koude bergtop in Zwitserland afluistert. Je kunt Charles Dickens zo zien zitten; zeker aangezien hij zelf ook een tijdlang met zijn gezin in Zwitserland heeft gewoond. Gezeten in een hoekje hoort hij de verhalen van de verschillende koeriers. In het schermerdonker vertellen ze aan elkaar of ze weleens een geestverschijning hebben meegemaakt! Alsof je van de kou niet al de rillingen kreeg; want Dickens weet ook in het klein duidelijk wat hij doet, en alles voelt levensecht.

Het verhaal van één van de koeriers speelt zich deels af in Italië (weer een tijdelijke woonplaats van Charles Dickens), in een groot verlaten landhuis. In dat landhuis heeft een jong, pasgetrouwd Engels stel zijn intrede gedaan. De dame heeft al een tijdje last van enge dromen die telkens terugkomen, en waar ze behoorlijk van van slag is. Haar wereldwijze echtgenoot verzekert haar dat ze zich aanstelt, en dat een beetje rust op het kalme Italiaanse platteland haar goed zal doen. Ze voelt zich er niet gerust op, zeker niet wanneer haar echtgenoot haar op een dag voorstelt aan een donkere vreemdeling, die een tijdje bij hen op het vervallen landgoed komt logeren…

Die Gartenlaube, Ernst Keil's Nachfolger, uit 1884 [Publiek domein].

Is deze dame veilig in haar privévertrekken? Afbeelding uit Die Gartenlaube, door Ernst Keil uit 1884 [Publiek domein]. Bewerking door My inner Victorian.

Het zou flauw zijn om de rest hier te ontrafelen, maar laat ik zeggen dat het verhaal me echt kippenvel bezorgde. Overigens net als het relaas van een volgende koerier, waarin twee tweelingbroers elkaar ’s nachts ontmoeten – maar zich eigenlijk ver van elkaar vandaan bevinden! Omdat ik zelf deel uitmaak van een drieling, vond ik deze vertelling op een persoonlijke manier bijzonder spooky. Zeer de moeite waard!

The Signalman is het tweede verhaal en eigenlijk de sterkste vertelling uit het boekje, en heeft een bijzondere voorgeschiedenis. We volgen een nieuwsgierige Londenaar die ’s nachts een merkwaardige ontmoeting heeft met een seinwachter bij de spoorwegen. Deze vertelt van de vreemde geluiden en verschijningen die hij tijdens zijn eenzame, nachtelijke werk waarneemt bij een donkere treintunnel. De seinwachter is óp van de zenuwen, want iedere keer als een ongrijpbare gedaante zijn werk verstoort, volgt er niet veel later een ongeluk op het spoor… Wat moet de arme man met deze ogenschijnlijke waarschuwingen? Wordt hij langzaam gek, of zijn het werkelijk signalen van gene zijde?

Brrr. Mr. W. las dit verhaal toevallig – zoals het hoort – bij zonsondergang op een verlaten perron, tijdens een lange reis naar huis. Een iets té perfecte setting…

Een seinwachter, uit het Duitse Die Gartenlaube (1876) [Publiek domein].

Een seinwachter uit Die Gartenlaube (1876) [Publiek domein]. Bewerking door My inner Victorian.

Het interessante voor ons is, dat deze vertelling van Dickens inhaakt op de in die tijd bestaande angst voor de snelle en kolossale stoomtrein – nog steeds een nieuwigheid in het midden van de 19e eeuw. In 1861 was er bijvoorbeeld een verschrikkelijk ongeluk gebeurd in een tunnel, de Clayton Tunnel rail crash, met veel gewonden en dodelijke slachtoffers tot gevolg. En daarnaast verwerkt Charles Dickens met dit verhaal uit 1866 een stukje van zijn eigen geschiedenis.

Een jaar eerder maakte hij namelijk zelf een treinramp mee, die hij ternauwernood overleefde, en waarbij hij met eigen ogen veel doden en gewonden zag. Deze gebeurtenis had een grote impact op de schrijver, en verklaart mogelijk de perfect beschreven bedrukte stemming, waarin de Signalman zijn griezelige waarnemingen ontvangt. Uiteraard vertel ik niet hoe het afloopt…

Een stoomtrein een klein grafmonument langs het spoor, op deze gravure door Hans Baluschek, in Die Gartenlaube [Publiek domein].

Een stoomtrein een klein grafmonument langs het spoor, op deze gravure door Hans Baluschek, in Die Gartenlaube [Publiek domein]. Bewerking door My inner Victorian.

Trial for Murder is het laatste verhaal, en heeft weer een totaal andere setting. Het speelt zich gewoon af op een doordeweekse dag in Victoriaans Londen – wat voor ons als moderne lezers natuurlijk ontzettend boeiend is. Zo krijgen we een mooie omschrijving van de dagelijkse drukte op Piccadilly Street voorgeschoteld, en zien we hoe een bankmedewerker zich door de sleur van zijn dagelijks bestaan worstelt. Wanneer hij dan op een gegeven moment verveeld uit het raam kijkt, ziet hij als enige een merkwaardige scène, die gevolgd wordt door een vreemde verschijning in zijn privévertrekken. Juist Dickens’ beschrijving van een bovennatuurlijke gebeurtenis in het Victoriaanse leven van alledag – binnenshuis, op klaarlichte dag – maakt dit verhaal extra griezelig.

Onze verbaasde bankmedewerker krijgt dan plotseling een oproep om als jurylid mee te werken aan een berechting in een moordzaak. Dit betekent dat hij tien dagen lang samen met andere juryleden verhoren in een rechtszaal zal moeten bijwonen, en in gesloten vergaderingen zal moeten beslissen of de verdachte schuldig is – of niet.

Tijdens de verhoren verschijnt telkens een vreemde man in de zaal, die alleen de bankmedewerker kan zien. Het volgende moment is hij echter weer verdwenen! De andere juryleden nemen de man niet bewust waar, maar worden stuk voor stuk geplaagd door vreemde dromen. Wat is hier aan de hand? Vreemd genoeg is er bij de bankmedewerker geen sprankje angst te bespeuren, en het is juist die rationele afstandelijkheid die het komen en gaan van de ongrijpbare man zo onverklaarbaar spookachtig maakt. Is er iets wat de jury moet weten voordat men de verdachte veroordeelt?

Scrooge and the Ghost of Marley door Arthur Rackham

Dickens’ bekendste spookverhaal: A Christmas Carol (1843). Hier zien we Scrooge en de geest van wijlen zijn compagnon, Marley; getekend door Arthur Rackham in 1915 [Publiek domein],

De korte maar krachtige griezelverhalen van Charles Dickens zijn wat mij betreft erg de moeite waard. De eerlijkheid gebiedt echter wel te zeggen, dat we als moderne lezers en seriekijkers misschien inmiddels wat meer shock and horror gewend zijn, en dat deze antieke thrillers wellicht niet zo bomvol griezelige spanning en schrikbarende scènes zitten, als we tegenwoordig zouden verwachten. Maar het griezelverhaal was in de 19e eeuw nog volop in ontwikkeling.

De zogenaamde gothic novel uit de 18e eeuw had al wel voor meeslepende griezelige scènes in verlaten landhuizen gezorgd, maar langzamerhand werd de setting anders. Voortaan kon het ook spoken in je eigen knusse drawing room, of op je kantoor. Juist de kleine onregelmatigheden binnen alledaagse Victoriaanse situaties maken de verhalen zo unheimlich.

De moderne lezer zal er soms misschien om glimlachen, maar zeker niet om wakker liggen. Blijkbaar waren kleine, subtiele hints genoeg om het Victoriaanse publiek een ijzingwekkend verhaal voor te leggen. En persoonlijk vind ik dat ook het prettigst. Dickens’ verhalen voor in het donker hebben iets heel menselijks in hun beperkte schaal, waardoor juist het plotselinge opduiken van een schimmige figuur zo makkelijk met je eigen fantasie aan de haal gaat. Ik nodig je graag uit om ze zelf eens te lezen. Thuis, wanneer de zon onder is…

Het is weer tijd voor thee; vandaag een warme winterthee met kruiden.

3 gedachten over “To Be Read At Dusk: Drie keer griezelen met Charles Dickens

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.