Griezelen op z’n Victoriaans: Gothic novels en spookverhalen

De 19e eeuw was een tijd van wetenschap, vooruitgang en optimisme. Maar juist door deze groeiende kennis kregen de Victorianen een toenemende fascinatie voor allerlei vormen van bijgeloof. Het was bij uitstek dé eeuw waarin spannende verhalen over spoken, vampiers en weerwolven een vlucht namen. Op deze najaarsdag neem ik jullie mee naar de duistere kant van de Victoriaanse fantasie – naar de hoogtijdagen van spookverhalen en gothic novels.

Tegenwoordig gaan steeds minder mensen naar de kerk, en is dat eigenlijk pas een hele recente ontwikkeling. Voor de 20e eeuw was de cultuur van de hele westerse wereld sterk gekleurd door christelijke tradities: door teksten uit de Bijbel, geschriften van geestelijken, en de preek op zondag.

Pas in de aanloop naar de 19e eeuw kwam daar langzamerhand verandering in. Vanuit de hoek van de wetenschap en de filosofie ontstonden tijdens de Verlichting ideeën over een wereld zonder wonderen, maar vol technische mogelijkheden. Met een hoofdrol voor de mens.

In onzekerheid, langzaam vooruit

De wereld veranderde snel, en op een praktische manier. Door vooruitgang in de medische wetenschap werden vaststaande feiten zoals ziekte en dood in toenemende mate gezien als problemen die misschien wel opgelost konden worden. Door de uitvinding van gasverlichting hoefde de donkere nacht voortaan geen obstakel voor de mens meer te zijn. En door ontdekkingsreizen kwamen we erachter dat zelfs in de verste uithoeken van de wereld geen draken en andere monsters te vinden waren. Het leek alsof de mens zijn wereld steeds meer in zijn greep kreeg. En doordat steeds meer mensen konden lezen en schrijven, raakte al deze kennis voor het eerst breed beschikbaar voor een groot deel van de bevolking.

victoriaans-maanlicht-duisternis

Een paar jaar geleden gingen Mr. W. en ik op nachtelijk bezoek bij Kasteel Duivenvoorde, zonder elektrisch licht. Dan ontdek je pas hoe donker de duisternis vroeger echt was. Foto door My inner Victorian.

Toch brachten al deze nieuwe inzichten ook nieuwe onzekerheden met zich mee. De vastigheid die het geloof altijd geboden had verdween voor velen, en binnen de 19e-eeuwse samenleving ontstond een onbekend gevoel van twijfel. Zo vormden zich vele nieuwe christelijke geloofsstromingen. Anderen stelden de vraag: Was er wel een God, en was die wel bereikbaar? En als er volgens wetenschappers geen bewijs was voor een hemel of een hel, wat gebeurt er dan met ons na de dood? Als de wetenschap kan beschermen tegen dodelijke ziektes, kunnen medici dan ooit de dood ongedaan maken?

Tegen die achtergrond stond er gaandeweg een nieuwe generatie schrijvers op, die deze breedgevoelde onzekerheid – en nieuwsgierigheid – vertaalden naar een nieuw soort verhalen, die gretig werden gelezen door hun tijdgenoten. De motieven konden soms eeuwenoud zijn, maar de verwerking door de 19e-eeuwse schrijvers gaf hun griezelverhalen een hele nieuwe dimensie.

De Nachtmerrie van Johann Heinrich Füssli (1781) [Publiek domein].

Voortschrijdend wetenschappelijk inzicht betekent niet dat alles opeens een verklaring heeft. Zo is het schilderij De Nachtmerrie van Johann Heinrich Füssli (1781) gebaseerd op het volksgeloof dat slaapverlamming veroorzaakt wordt door een incubus, een demoon die ’s nachts als een zware steen bovenop slapende mensen gaat zitten, en nachtmerries brengt [Publiek domein].

Het monster van dr. Frankenstein

Een van de bekendste vroege voorbeelden is Frankenstein door Mary Shelley. In 1816 schreef zij in het koude en verregende ‘jaar zonder zomer’ haar beroemde roman. De aanleiding daarvoor was een vriendschappelijke wedstrijd van Lord Byron en zijn vriendengroep, met de uitdaging wie er het engste verhaal kon verzinnen. Na een angstige nachtmerrie kwam Shelley op haar idee.

Het verhaal gaat over een overmoedige wetenschapper, dokter Frankenstein, die bij wijze van experiment verschillende lichaamsdelen van overledenen aan elkaar naait. Met behulp van elektriciteit weet hij de zo ontstane monsterlijke figuur tot leven te wekken. Maar wanneer zijn gruwelijke experiment geslaagd blijkt, schrikt de hoofdpersoon zo van het resultaat, dat hij wegvlucht… en zijn creatie in de steek laat.

Voorblad van Mary Shelleys Frankenstein, in de editie uit 1831 [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

Voorblad van Mary Shelleys Frankenstein; or, The Modern Prometheus, in de editie uit 1831 [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

Daarop volgt een serie dramatische moorden in Frankensteins familie. Deze blijken gepleegd te zijn door het monster. Dit wezen was weliswaar onschuldig aan zijn kunstmatige leven begonnen, maar de afwijzing van zijn schepper heeft hem zo gekwetst, dat hij nu uit is op wraak. Uiteindelijk reist dokter Frankenstein naar de verste uithoeken van de aarde om op zijn schepsel te jagen. Maar uiteindelijk komt de vervloekte man vooral zichzelf tegen.

Met haar schokkende roman, die twee jaar later ongelofelijk populair werd, wilde Shelley een pijnlijk punt aansnijden: Zijn wij als mens met al ons technische vernuft wel wijs genoeg om de plek van God in te nemen, en kunnen we werkelijk leven met de onvoorspelbare gevolgen van onze creaties? Het is een vraag die ook in onze tijd nog voor interessante gespreksstof kan zorgen.

Bij nacht en ontij: Vampieren op de loer

In de jaren die volgden kwam dit soort maatschappelijk pessimisme onder invloed van de Romantiek steeds meer onder de aandacht. Inmiddels werd duidelijk dat de Industriële Revolutie het landschap ingrijpend veranderde, en dat overal in Groot-Brittannië en daarbuiten uitgestrekte bossen en verafgelegen dorpjes in rap tempo plaatsmaakten voor groot opgezette land- en mijnbouw, industrie, en grote, anonieme steden.

Daardoor ging men niet alleen in de schilderkunst op reis naar de ongerepte natuur, maar gingen ook schrijvers in gedachten op zoek naar de laatste, echte wildernissen. Daarbij sprak het onherbergzame Transsylvanië, aan de uiterste oostgrens van christelijk Europa, bijzonder tot de verbeelding.

Al sinds het einde van de 17e eeuw kwamen Oostenrijkse reizigers thuis van hun reizen naar de provincie, met angstaanjagende verhalen uit lokale folklore. Ze vertelden over bloeddorstige wezens; lichamen van overleden familieleden die ’s nachts uit hun graf opstonden om op bezoek te gaan bij hun levende verwanten. Bepaald geen verhaaltjes voor het slapen gaan! Uit deze volksverhalen groeide langzaam het literaire concept van de vampier, zoals wij die nu kennen.

Fotografisch tableau vivant The Vampire (1897) door Philip Burne-Jones [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

Hoewel in de meeste westerse literatuur vampieren veelal als knappe man aan hun vrouwelijke slachtoffers verschijnen, waren in sommige verhalen de rollen ook omgekeerd; zoals hier in het fotografische tableau vivant The Vampire (1897) door Philip Burne-Jones, de zoon van Edward [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

Tijdens de bovengenoemde wedstrijd van Lord Byron voelde diens vriend John Polidori zich geïnspireerd tot het schrijven van The Vampyre (1819), het eerste echte vampierverhaal uit de moderne Europese literatuur. Het gruwelwezen uit de Slavische sprookjes neemt er de gedaante aan van een keurige lord, die een spoor van mysterieuze moorden achterlaat. The Vampyre werd een grote hit, waarna het genre mede dankzij een aantal copy cats verder werd uitgewerkt. In de vorm van goedkope penny dreadfuls leerden veel mensen het fenomeen ‘vampier’ kennen. Zo ontwikkelde de vampier zich tot een onsterfelijk en bloeddorstig monster, dat zich vermomt als een adellijke, excentrieke heer, en zich te goed doet aan het levensbloed van steeds nieuwe, onschuldige ‘kennissen’.

In 1897 verscheen de beroemde briefroman Dracula van de Ierse schrijver Bram Stoker, waar een lijkbleke graaf zijn Transsylvanische spookkasteel wil verruilen voor het drukbevolkte Londen. ‘Voor zaken’, uiteraard. Om de papieren daarvoor te regelen, lokt hij eerst de onervaren jurist Jonathan Harker naar zijn kasteel. Na een tijdje beseft Jonathan dat hij er gevangen zit. Ondertussen reist de graaf naar Engeland, en belaagt daar onder andere Jonathans verloofde Mina en haar vriendin Lucy. Uiteindelijk weten Lucy’s verloofde en enkele vrienden de kwaadaardige graaf te verslaan met behulp van dokter Abraham van Helsing. Hierbij spelen zowel christelijke motieven als folkloristische overleveringen een grote rol.

Afbeelding uit The Book of Werewolves (1865) [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

In Bram Stokers Dracula beschikt de graaf over verschillende bovennatuurlijke gaven. Zo neemt hij tijdens zijn nachtelijke reizen de gedaante aan van een afzichtelijke hond. Weerwolven maakten ook op zichzelf onderdeel uit van het 19e-eeuwse griezelassortiment, zoals op deze afbeelding uit The Book of Werewolves (1865) [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

Overigens is het boeiend om te zien hoe het wezen van de vampier in de afgelopen 120 jaar in de algemene beeldvorming veranderd is. Was Graaf Dracula in 1897 nog een belichaming van het pure kwaad, in Interview with the Vampire (1976) van Anne Rice moeten we al wat meer begrip voor het ondode leven van een vampier opbrengen. De film Bram Stoker’s Dracula (1992) wijkt ondanks de veelbelovende titel enorm af van het boek, door een tragische romance erin te brengen die de kijker met de graaf doet meevoelen. En in de populaire Twilight-serie (2005-2008) van Stephenie Meyer zijn ‘vegetarische’ vampieren inmiddels de helden van het verhaal geworden, met wie we onszelf het liefste zouden vereenzelvigen. Wat goed en kwaad is, en griezelig of niet, is in de loop van de tijd flink opgeschoven.

De schaduwzijde van Victoriaanse cultuur: Dr Jekyll en Mr Hyde

Ook binnen de 19e eeuw zijn er accentverschuivingen zichtbaar binnen het griezelgenre. Spelen vroege verhalen zich nog voornamelijk af in kastelen in verre oorden, in de late 19e eeuw komt het bovennatuurlijke steeds dichter bij huis. En waar het eerst vooral monsters en demonen waren die het kwaad vertegenwoordigen, verschoof de focus steeds meer naar de duistere kanten van de mens zelf. Het kwaad in de Victoriaanse samenleving blijkt zich plotseling ook binnen de polite society te bevinden.

Een mooi voorbeeld hiervan is de bekende novelle The Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde van de Schot Robert Louis Stevenson. Dr. Henry Jekyll is een respectabele arts in Londen, die zich bezighoudt met de vraag in welke verhoudingen goed en kwaad in elke mens voorkomen. Hij ontwikkelt een elixer, waarmee die twee kanten in de mens gescheiden kunnen worden. Wanneer hij het elixer zelf inneemt, transformeren zijn lichaam en geest naar de kwaadaardige Edward Hyde. In die gedaante laat hij zijn geweldadige impulsen de vrije loop, en pleegt hij een reeks gruwelijke misdaden, eindigend in moord.

Carte-de-visite met daarop de Victoriaanse acteur Richard Mansfield, in zijn befaamde dubbelrol als Dr. Jekyll en Mr. Hyde. Door de Londense fotograaf Henry van der Weyde in 1887.

Op deze oorspronkelijke carte-de-visite staat de Victoriaanse acteur Richard Mansfield, in zijn befaamde dubbelrol als Dr. Jekyll en Mr. Hyde. De Londense fotograaf Henry van der Weyde zorgde met een dubbele belichting voor dit knappe effect. Niet slecht voor 1887! [Publiek domein].

De politie komt hem op het spoor, maar tegen die tijd beseft Jekyll dat hij binnenkort niet meer in staat zal zijn om de effecten van zijn elixer met een tegengif om te keren: Er zal niets spoedig niets meer van hem overblijven dan de verschrikkelijke Hyde. Uiteindelijk besluit hij om in zijn allerlaatste ‘normale’ momenten een volledige bekentenis op te schrijven, voordat ‘dr. Jekyll’ voor altijd verdwenen is.

Stevenson schreef zijn roman naar aanleiding van een aantal geruchtmakende rechtzaken rond brave burgers met een misdadig dubbelleven, en rond de eerste bekende gevallen van psychiatrische patiënten met gespleten persoonlijkheden. Zelf was de schrijver herstellende van tubercolose, en heftig verslaafd aan cocaïne, toen hij in drie hysterische dagen zijn verhaal op het papier smeet. Dat zal de schokkende, koortsachtige inhoud zeker beïnvloed hebben.

Dr Jekyll and Mr Hyde werd na publicatie in 1886 in een paar maanden tijd een onverwacht groot succes, ondanks – of misschien juist danzij – de strakke burgerlijke moraal van zijn laat-Victoriaanse lezerspubliek. Het was natuurlijk een spannend verhaal om te lezen, en tegelijkertijd ook een teken aan de wand. Heersende ideeën over moraliteit en schuld waren onder invloed van de vroegste inzichten in de psychologie aan het verschuiven.

"De slaap van het verstand brengt monsters voort." Door de Spaanse kunstenaar Francisco Goya (1746-1828) [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

Deze jongeman heeft bepaald geen prettige dromen. Zijn zijn angstvisioenen echt, of zijn het enkel de schaduwen van onschuldige zaken, die zijn verbeelding op zijn geest projecteert? De Spaanse tekst en titel luidt “De slaap van het verstand brengt monsters voort”. Afbeelding door de Spaanse kunstenaar Francisco Goya (1746-1828) [Publiek domein]. Kleurenbewerking door My inner Victorian.

Het is niet voor niets dat de grote bekende monsters uit onze huidige films en boeken hun oorsprong hebben in de 19e eeuw. De Georgians en de Victorianen probeerden door middel van deze verhalen grip te krijgen op de verwarrende en veranderende wereld om hen heen. Tegelijkertijd geven ze daarbij inzicht in hun voortdurende pogingen om de rol van de mens in deze wereld beter te begrijpen. Daarnaast was een avondje griezelen natuurlijk ook een bijzonder fijn tijdverdrijf.

Dat we anno 2020 nog steeds niet zijn uitgekeken op 19e-eeuwse figuren als vampieren, weerwolven, zombies en spoken laat maar zien hoe krachtig de invloed van de Victoriaanse verbeelding op onze geest blijft.

Ook ik ben in deze tijd van het jaar wel in de stemming voor griezelverhalen. Ik ben van plan om enkele verhalen van Edgar Allan Poe te lezen. Met een kopje thee erbij.


Voor het schrijven van dit blog heb ik de volgende bronnen gebruikt:
Donia Ann Steele, Daniel Stashower en Charlotte Marine Fullerton: Het rijk der fabelen – Wezens der duisternis (Time-Life 1985).
Gothic fiction op Wikipedia.org.
Romanticism op Wikipedia.org.
Frankenstein op Wikipedia.org.
The Vampyre op Wikipedia.org.
Varney The Vampire op Wikipedia.org.
Dracula op Wikipedia.org.
Werewolf op Wikipedia.org.
Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde op Wikipedia.org.
Philip Burne-Jones op Wikipedia.org.
Francisco Goya op Wikipedia.org.
Incubus op Wikipedia.org.

6 gedachten over “Griezelen op z’n Victoriaans: Gothic novels en spookverhalen

  1. Wat een geweldige blog ,en echt de tijd ervoor de donkere avonden zijn er weer dus ik geen thee maar een grote mok koffie en lekker lezen en dan als ik eindelijk in bed lig toch heel diep onder mijn dekbed kruip want wie weet……Dank je wel voor dit blog

    • Ja hè. Als kind las ik al graag griezelverhalen. Ik ben geen fan van (moderne) horror, maar klassieke gothic novels vind ik wel vaak erg mooi.

  2. Dank je wel voor deze mooie en interessante blogpost. Echt bijzonder hoe vampiers en weerwolven nog steeds tot de verbeelding spreken van velen. En het punt dat Mary Shelley aansneed is nog steeds relevant. We zijn steeds verder gekomen in de wetenschap, maar of het allemaal zo goed is?

    • Graag gedaan, Monique. Mary Shelley’s vraagstukken zijn inderdaad nog steeds zeer relevant. Wat kunnen we oplossen met wetenschappelijke vindingen, en welke brengen ons van de regen in de drup? Internationaal vliegverkeer is bijvoorbeeld geweldig voor menselijk contact, maar heeft een keerzijde in mileulasten en besmettelijke ziektes. Ik vind het interessant om te aanschouwen hoe we hier als mensheid doorheen worstelen.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.